Paul Vugts. Beeld Artur Krynicki
Paul Vugts.Beeld Artur Krynicki

Waarom Paul V. niet Willem H. schrijft, of Ridouan T.

PlusPaul Vugts

Paul Vugts

Een zakenman die we deze week in verband brachten met zware criminelen en die ik de keuze voorlegde of hij met zijn volle naam wilde worden aangeduid, vroeg mijn advies. Als ik in zijn schoenen stond, wat zou mijn voorkeur zijn?

Ik zei wat ik altijd zeg: de keuze is lastig. Paul V. genoemd worden, zou ik zelf vervelend vinden, omdat dat afkorten incriminerend is. De lezer gaat je toch zien als verdachte of erger. Vermelding van de volle naam heeft als groot nadeel dat iemand die je over 20 jaar googelt, nog steeds dat artikel vindt waarin je niet zo fraai bent afgeschilderd.

Wanneer noemen we de volledige naam van een verdachte, een omstreden zakenman of een veroordeelde crimineel, en wanneer korten we de achternaam af tot een initiaal? Het vraagstuk doemt steeds weer op.

Het dilemma is vooral van belang voor wie een reputatie in de bovenwereld heeft of ambieert, óf wie familie niet wil belasten met de misdrijven waaraan hij gekoppeld wordt.

Zoals zo vaak in mijn werk als misdaadverslaggever, is het balanceren op een slap koord. Ik wil zo precies en volledig mogelijk zijn, maar geen onnodige schade aanrichten.

De keuze een naam al dan niet voluit te schrijven, is vaak arbitrair.

Een extreem bekende crimineel als Willem Holleeder als ‘Willem H.’ betitelen, vind ik belachelijk.

Als iemand zoals Ridouan Taghi of, eerder, Dino Soerel jarenlang voortvluchtig was, en zijn volledige naam en foto in opsporingsberichten zijn verspreid, ga ik na arrestatie niet roomser doen dan de paus.

Er zijn media die dan ineens weer Ridouan T. schrijven, ik vind dat potsierlijk.

Taghi, overigens, heeft laten weten geen bezwaar te hebben tegen vermelding van zijn volledige naam. Dat deed in het verleden ook bijvoorbeeld de gevallen vastgoedmagnaat Jan-Dirk Paarlberg, die zich onschuldig achtte aan het witwassen van tientallen miljoenen voor Willem H. (grapje).

We hadden binnen Het Parool laatst discussie over het al dan niet afkorten van de naam Mink Kok, en het blurren van zijn foto, in berichtgeving over wéér een wapenarsenaal dat bij hem was gevonden in Libanon.

Ik was en ben in zijn geval tegen het verhullen. Kok is een beroepscrimineel uit overtuiging en stond de laatste jaren met naam en toenaam media te woord die hem interviewden als een orakel dat vanuit Beiroet de Nederlandse onderwereld duidde.

Het past hier op te merken dat geen wet ons verplicht namen tot initialen af te korten. We doen dat in de lijn met een ongeschreven ‘herenakkoord’. (Hoe formuleer je zoiets anno 2022 genderneutraal?)

Het is een geste, die ik vaak met plezier verleen, maar het blijft zoeken naar redelijkheid.

Paul Vugts schrijft elke vrijdag over zijn werk als misdaadverslaggever. In de Taghi Podcast vertelt hij samen met collega Wouter Laumans over ontwikkelingen in het proces rond Ridouan Taghi.

Reageren? paul@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden