Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Waarom moet het rolmodel van een vrouw per se een vrouw zijn?

Plus Theodor Holman

Het lijkt wel of ik het steeds vaker hoor: er moeten meer rol­modellen komen. Minister Kajsa Ollongren bijvoorbeeld uitte de wens dat de minister-president een vrouw wordt. Zij wil ‘dat alle meisjes zien dat het hoogste ambt in onze democratie ook voor hen bereikbaar is. Formeel en wettelijk kan een vrouw in Nederland minister-president worden, maar dat is na meer dan 170 jaar parlementaire democratie nog nooit gebeurd’.

Hoe komt men er toch bij dat een rolmodel op jou moet lijken?

Mijn rolmodellen (tot mijn 25ste) waren ongeveer: Pietje Bell, Pim Pandoer, Pippi Langkous, Piet Keizer, en later: Bob Dylan, Sartre, De Beauvoir, Gerard Reve, Wagner, Bach, Verlaine, Baudelaire, Piet Grijs, Renate Rubinstein, ­Karel van het Reve…

Meer mannen dan vrouwen, maar toch. Ook drie fictieve figuren, onder wie een meisje, wat schrijvers en componisten die al dood waren en van wie ik alleen het werk kende.

Maar geen indo’s.

Geen schrijvers die op ‘mij’ leken, terwijl die in het ouderlijk huis ruim op voorraad ­waren. En ik wilde geen ‘Blue Diamond’ zijn, hoewel mijn ­familie ze wel kende. Ik identificeerde mij met wat mij thuis, door vriendjes en op school werd aangereikt. Door de cultuur en subcultuur.

Ik snap werkelijk niet waarom vrouwen een vrouw als voorbeeld zouden moeten nemen. En zwarten een zwarte. Wat genoot ik van het werk van Simone de Beauvoir (en nog). De Mandarijnen is een lievelingsboek van me. Wat ben ik er trots op dat ik nog met Renate Rubinstein heb gesproken, hoewel zij ons toen ‘rotjongens’ vond en ik de meest vreselijke dingen over haar heb geschreven.

Als Ollongren denkt dat het zien van een vrouwelijke premier meisjes inspireert voor het hoogste ambt (niet doen, dames, maar dit terzijde) dan beknot je jezelf. Ik hoorde speelsters van het Nederlandse vrouwenvoetbal vertellen dat ze keken naar filmpjes van Cruijff en andere mannelijke voetballers. De kritiek ‘omdat er toen geen vrouwen waren’, is goedkoop. Men wil zich spiegelen aan de besten. Man, vrouw, homo enzovoorts maakt niet uit. Ik spiegelde me aan kwaliteiten.

Toevallig had ik gisteren een mooi gesprek over de schrijfster Andreas Burnier. De succesvolle man zei tegen me: “Ik deed haar in alles zo veel mogelijk na, omdat ik net zo wilde denken als zij.” Zo hoort het.

Er zijn zo veel modellen om uit te kiezen.

Beperk je niet tot eigen volk eerst.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden