Femke van der Laan. Beeld Artur Krynicki
Femke van der Laan.Beeld Artur Krynicki

Waarom moest ze nou een jaar lang gratis donuts winnen?

PlusFemke van der Laan

Ik rijd. De middelste zit naast me. Op haar schoot staat een doos, gekleurd en glimmend en glad, de vingertoppen van haar wijsvingers houdt ze tegen de zij­kanten. Ik adem in door mijn neus, diep, om te zien of ik het zoete ruik door de geuren van de auto heen. Ik denk het wel.

Er zitten donuts in de doos. Zes donuts. Ik heb er voor we in de auto stapten even naar gekeken. Ze waren vooral roze dit keer. Vorige week zag ik meer oranje voor we vertrokken. Hoe ze er de week daarvoor uitzagen, weet ik al niet meer.

De middelste won een jaar lang gratis donuts. Vijf weken geleden. Ze mag er elke week zes uitkiezen. In de eerste doos had elke donut een andere kleur.

Het was iets met een foto geweest, met zoete kleuren, die ze postte, tagde, deelde. Of het was iets met haar ziel verkopen aan de duivel, dat kan ook. Ik was er niet bij geweest.

Op een avond kwam ze beneden. “Ik heb een jaar lang gratis donuts gewonnen.”

Ze lachte. Ik ook. Eerst. Daarna had ik er een plaatje bij, een jaar lang gratis donuts, ze waren uitgestald, in mijn hoofd, in zoete kleuren, op een lange tafel, en ik dacht aan de ingrediënten, aan de bloem, aan de eieren, aan de boter en de suiker en aan dat ik iets moest beteugelen, een jaar lang, en hoe ik daar niet om had gevraagd en waarom ze geen essaywedstrijd had gewonnen, of iets met poëzie, en daarna zag ik eetwedstrijden voor me, waar gepropt werd en gestouwd en renden er mensen door mijn hoofd die twee minuten gratis mochten winkelen en met hun arm hele schappen tegelijk leegtrokken en ik zei: “O.”

De middelste kijkt naar buiten, naar de auto’s op de rijbaan naast ons, naar de fietsers verderop, en dan schuift ze met haar wijsvingers de doos even heen en weer.

Ik trek op, rustig. We gaan de doos wegbrengen.

De volgende dag was ik erover begonnen, dat je niet een jaar lang donuts kon eten. Ik had de boter en de suiker klaarstaan, het proppen en het stouwen, het leegtrekken, iets met poëzie, maar de middelste zei alleen: “Natuurlijk niet.”

De wijsvingers schuiven de doos naar voren en naar achteren. Ik sla een hoek om, rij een straat door, stop. De middelste stapt uit en ik kijk hoe ze wegloopt, met de doos, en terugkomt, zonder, en hoe ze even naar me lacht. En dan denk ik aan foto’s met zoete kleuren. En aan boter en suiker. En poëzie.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden