Michiel CouzyBeeld Artur Krynicki

Waarom kunnen burgers niet online inspreken?

PlusRepubliek Amsterdam

Het blijft behelpen met al die online raadsvergaderingen. Politici die tegen hun computers oreren, hun opponenten alleen op een schermpje zien; het voelt toch alsof ze de democratie bewaken met de handen op de rug gebonden. Debatten komen moeizaam op gang. Raadsleden die willen interrumperen, kunnen niet meer boos naar de microfoon benen zodat heel de zaal weet: dáár gaat iets gebeuren. Nee, ze moeten een interruptie melden in de chat en dan duurt het even voordat ze aan de beurt zijn.

Ze doen hun best hoor, die Amsterdamse raadsleden, daar niet van, maar bij een debat moeten politici elkaar in de ogen kijken. Lichaamstaal, wegwerpgebaren, ostentatief nee-schudden, onderuitgezakt zitten; het hoort er allemaal bij.

Insprekers horen er ook bij. Deze week wilden oppositiepartijen Forum voor Democratie, Partij voor de Dieren, Denk, ChristenUnie en de Partij van de Ouderen het debat over de passagiersvaart uitstellen, omdat insprekers daar niet bij konden zijn vanwege de coronamaatregelen. Inspraak gaat dezer dagen per brief.

De protesterende oppositie kreeg niet haar zin, maar heeft wel een punt. Strikt genomen voldoet de raad aan zijn democratische plicht door burgers de mogelijkheid te bieden hun inbreng op schrift te stellen. In de praktijk staat de boze, bezorgde of betrokken Amsterdammer met 0-1 achter. Het is nogal een verschil of ze raads­leden live toespreken en aankijken of dat ze een briefje moeten sturen. En ja, insprekers hebben invloed. Eind vorig jaar kwamen tientallen jongeren naar de Stopera om te protesteren en in te spreken over de nieuwe regels omtrent woningdelen. Dat maakte indruk en zorgde voor uitstel. Het erfpachtdossier was niet zo politiek gevoelig geweest zonder de tientallen, vaak kundige, betogen van boze huizenbezitters.

Natuurlijk, inspraak kost tijd, heel veel tijd en vaak wordt de spreektijd ingenomen door belangenorganisaties, lobbyclubjes en steeds terugkerende sprekers die telkens op dezelfde trom roffelen. Soms worden insprekers geronseld door politici om hun standpunt kracht bij te zetten. Maar inspraak hoort bij de democratie. Het moet toch mogelijk zijn om burgers online in te laten spreken? En waarom kunnen ze niet naar de Stopera komen? De raadszaal is groot genoeg om een groep burgers op anderhalve meter van elkaar te positioneren. De logistiek zal meer tijd in beslag nemen, maar ja, democratie is nu eenmaal tijdrovend.

Het is ook tijd voor een debat over de vraag of de gemeenteraad weer bijeen moet komen. In Alkmaar vergadert de raad in een sporthal en ook in Den Haag zoeken politici naar een grotere zaal om, op voldoende afstand, bijeen te komen. De meeste Amsterdamse politici zijn het erover eens dat online vergaderen tot ontevredenheid leidt. De belangrijkste belemmering om weer bijeen te komen is dat een aantal raadsleden behoort tot een risicogroep, waarbij vaak de naam van Wil van Soest valt, het oudste raadslid. Je zou kunnen zeggen dat kwetsbare politici via internet meedoen, terwijl de rest bij elkaar komt, maar deze duale vorm is wettelijk niet toegestaan. Van Soest laat overigens weten dat ze de zorgen van haar collega’s op prijs stelt, maar ook staat te trappelen om weer gewoon te vergaderen in een, weliswaar grotere, zaal. “Ik kom gewoon. Digitaal vergaderen is een ramp.”

Waarvan akte.

Beeld Paul van der Steen

Reageren? m.couzy@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden