Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Waarom in godsnaam zou een agent religieuze uitingen mogen dragen?

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

In het actieplan van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) voor 2022 staat dat ‘het dragen van religieuze uitingen moet worden toegestaan bij politiemensen’.

Nee, nee, nee!

Een agent is iemand die in de samenleving een bijzondere rol speelt. Hij of zij vertegenwoordigt het bevoegd gezag en moet de wet handhaven.

Anders dan burgers zijn alle agenten gelijk. Dat moet ook. Als de ene agent dieven zou oppakken en de andere niet, is de maffia daadwerkelijk aan de macht. Omdat alle agenten gelijk zijn, dragen ze ook allemaal hetzelfde pak, het uniform. De naam zegt het al.

Met een religieuze uiting zondert een mens zichzelf uit. Hij of zij onderscheidt zich waarneembaar door zijn geloof, dat je door die uiting aan hem of haar kunt aflezen.(“A, u bent jood, christen, islamiet...”)

Sommigen schijnen trots te zijn op hun geloof. Men vindt het eigen geloof het beste wat er is, anders zou men wel een andere overtuiging hebben gekozen.

Zoals we weten, kan het ene geloof diametraal tegenover het andere staan. Sterker: sommige gelovigen bestrijden elkaar op leven en dood.

Gelukkig zijn kerk en staat in de westerse wereld van elkaar gescheiden. De kerk mag wat betreft uiterlijk verordonneren wat zij wil: in jurken lopen, rare hoofddeksels dragen, je tooien met tientallen kettingen, je gezicht met geheime tekens opschilderen of een ring door je neus laten zwengelen, alles waar je god behagen in schept, maar de staat – wij allemaal – heeft een uniform nodig om te tonen dat zij één in verscheidenheid is.

En nu wil de NCDR dat agenten zich in hun uiterlijk religieus mogen uiten. Waarom in godsnaam? Welk voordeel biedt dat? Mag een dienstpet niet van hun god? Waar staat dat? In hun Heilig Boek? Dan zouden ze hun Heilig Boek dus van groter belang vinden dan het wetboek en heeft het daarom weinig zin om politieagent te worden.

Hoe kan ik, burger Holman, iemand vertrouwen die al meteen duidelijk maakt – door zijn of haar religieuze uiting – dat hij een ander boek in het openbare leven belangrijker vindt dan het wetboek? (Dat een agent bijvoorbeeld islamitisch is, is iets anders dan een islamitische agent. Eerst komt de functie waaraan hij of zij dienstbaar moet zijn en dan pas zijn of haar geloof.)

Mijn stelling is dat een agent met religieuze uitingen eerder voor meer tweedracht in de samenleving zorgt dan voor minder. Immers: hij of zij kan meteen uitgescholden worden vanwege die religieuze overtuiging. En andersom zou iemand die met de politie te maken krijgt, kunnen eisen dat ze iemand sturen van dezelfde geloofsovertuiging, of juist niet natuurlijk. (“Als u het niet erg vindt, zou ik graag gearresteerd willen worden door een joodse/christelijke/islamitische agent.”)

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden