Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Waarom ik niet in een verpleeghuis terecht wil komen

PlusTheodor Holman

Het spijt me, maar ik wil dus niet in een verpleeghuis terechtkomen. Ik ben niet bang voor eenzaamheid. Dat er iets gebeurt waardoor ik mijn familie niet kan zien, lijkt me iets waar ik overheen kan komen. Wat ik vrees is het besef: Dit Is Mijn Laatste Woning.

En dan is die woning een huis dat ik niet zelf heb gekozen, op een plek die ik verschrikkelijk vind, met een kamer die ik nauwelijks zelf heb ingericht en waarin ik niets meer kan vinden, omdat ik het merendeel van mijn spulletjes heb moeten wegdoen.

(“Je hebt daar toch niets nodig.”)

Dat besef zou je de collateral damage van het coronavirus kunnen noemen.

Er is meer bijkomende schade.

Nogmaals: ik heb geen angst alleen te sterven, maar ik ben wel bang voor hoge koorts en verstikking.

De afgelopen weken verschenen de laatste uren van mijn vader en moeder voortdurend voor mijn geestesoog. Beiden zijn in eenzaamheid gestorven. Met mijn vader heb ik een paar uur voor hij stierf nog een kort woord gewisseld, mijn moeder zat na drie hersenoperaties opgesloten in wat verdwaalde hersencellen.

Dat doet de dreiging van het virus ook: die ontwikkelt een constante stroom aan herinneringen die je liever verdringt. Maar het denken, althans mijn denken, heeft constant de neiging alles met elkaar in verband te brengen en te vergelijken.

Af en toe schuifelt er een Padvinder Wijsneus voorbij op tv die vertelt dat ons leven er straks heel anders gaat uitzien. Elke keer denk ik dan: ik wil ook dat het leven er straks anders uitziet! Of laat ik het anders zeggen: het liefst ben ik weer zestien, en leef ik in 1969 en drink ik een borrel met mijn vader en heeft mijn moeder ’s avonds boterhammen naast mijn bed gezet, maar ik weet al jaren dat ik te stom ben om de weg naar die tijd terug te vinden, dus wil ik dat de toekomst dan maar anders is dan hij nu is. En straks wil ik hem anders dan hij zal zijn.

Dat klotevirus! Ik moet mijn dierbaren vertellen dat ze me zo lang mogelijk met rust moeten laten. Dat ze me moeten laten weten wanneer ik anderen of hun tot last ben. Dan wil ik nog iets doen!

“Waarom sta je op?”

“Ik kan niet slapen. Waar zijn de slaap­pillen?”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden