Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Waarom ik medelijden heb met Ron Jans

PlusTheodor Holman

Tijdens een diner probeer ik aan mijn Franse vrienden uit te leggen wat ‘de affaire Ron Jans’ precies behelst.

“Keurige voetbaltrainer, ­bijna saai van correctheid, coachte in Cincinnati in Amerika, zong ter bevordering van het groepsgevoel ‘twee woorden van een hiphopnummer’ mee met de jongens in de kleedkamer, in die hiphop kwam het woord ‘neger’ voor, vermoedelijk op weinig verheffende wijze, daar bleek een speler bij te zijn die zich terstond beledigd voelde, die formuleerde een klacht bij de bond en vroeg om een onderzoek met als gevolg dat Ron er beter aan deed ontslag te nemen.”

Mijn Franse kennissen vragen me honderduit. Als Jans meezong met de spelers, zijn die dan ook aangeklaagd? Wat was de tekst precies? Wie had die tekst gemaakt, was dat ook een zwarte man?

Waarom zou hij niet mogen meezingen? Steeds haal ik mijn schouders op en mijn medelijden met Ron Jans neemt toe.

Rassendiscriminatie – ik schrijf het nog maar eens – is een van de ergste zaken die de ene mens een ander kan aandoen, maar wanneer een beschuldiging expres verkeerd wordt geuit en desondanks grote gevolgen heeft, stort het doel om die discriminatie tegen te gaan voor een groot gedeelte in. Dat komt door de wet der wederkerigheid. Die wet gaat over het volgende: wanneer mensen verkeerd worden beschuldigd, is de reactie dat men van de weeromstuit anderen ook verkeerd gaat beschuldigen. Je zou het een variatie van tit-for-tat kunnen noemen met als verschil dat bij de wederkerigheidswet een aangevallen begrip aan morele waarde verliest.

Fascisme, nazisme en racisme hebben een hoge negatieve morele status. Wanneer men functionarissen als Ron Jans van racisme beschuldigt, gaat men anderen, uit kwaadheid of domweg omdat het kan, daar ook ten onrechte van betichten. De werkelijke rassendiscriminatie raakt niet alleen op de achtergrond, maar de morele zwaarte – hoe erg rassendiscriminatie eigenlijk is – gaat ook verloren.

Mijn Franse disgenoten luisteren beleefd naar mij, maar elke keer als ze een hap eten in hun mond stoppen, lijkt het alsof ze hun schouders op­halen.

“Hier in Frankrijk wordt zoveel beledigd, zoveel gediscrimineerd en zoveel gepraat en zijn er zoveel mensen die kwaad zijn waardoor er anderen weer kwaad worden, dat men onverschillig tegenover elkaar staat. En daar beschuldigt men elkaar dan weer van,” zegt een mevrouw naast me.

Ze vragen me of dat in Nederland ook zo is.

Ik neem een hap.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden