Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Waarom ben ik ineens een paling?, dacht Mark

PlusTheodor Holman

Mark werd wakker en ontdekte dat hij tijdens de nacht veranderd was in een paling.

“Ik moet zo naar Mariëtte Hamer. Formeren… Hoe doe ik dat?”

Hij bekeek zichzelf in de spiegel en zag zijn palingkop. Misschien was het ’t beste om er niks over te zeggen. Wie weet verdween het vanzelf.

Mark gleed zijn huis uit en kronkelde naar het koffietentje. Dat deed hij elke dag. Vlak voor hij zijn espresso bestelde, zag hij zichzelf in de spiegel. Een paling. Het was heel duidelijk, hij was een straalvinnige vis met een langwerpig lichaam, een lage rugkam en nauwelijks zichtbare schubben.

“Je espresso staat al klaar, Mark,” zei de man van het koffietentje.

Waarom zei hij niets? Waarom zei niemand iets? Hij voelde zijn eigen slijmerigheid. Hij kronkelde zich om zijn koffie. Als paling verlangde hij naar een modderige bodem. Toen hij zijn koffie had opgedronken, zigzagde hij over de straat naar het Binnenhof.

“Waarom ben ik een paling?” dacht Mark.

Hij glipte bij Mariëtte naar binnen. Mariëtte deed net of ze niet zag dat hij een paling was.

“Mark… Pieter komt vandaag naar de onderhandelingstafel. Hij is weliswaar ziek, maar hij wil ingaan op jouw verzoek om jouw te ontmoeten.”

“Niet nu! Alsjeblieft niet nu!” dacht Mark, “Niet nu ik er uitzie als een paling.”

Maar de deur ging al open, en daar kwam Pieter Omtzigt.

“Dag Mark,” zei Pieter.

“Hai… Hai Pieter… Het spijt me, ik…,” Mark kreeg het niet over zijn lippen om zich te excuseren voor zijn palinguiterlijk.

“Wat wil je zeggen, Mark?” vroeg Pieter.

“Ik… Ik… kronkel en ben slijmerig en mijn ruggengraat… ik ben een paling.”

“Ik vind het groots van je dat je dat zegt. Echt. Maar het gaat niet om wat je zegt, Mark. Dat weet je.”

“Ik… ik kan er niets aan doen, ik ben een paling…”

“Mark, het gaat erom wat je doet! Je glibbert en fladdert. Je liegt en bedriegt. En je glijdt overal doorheen. Dat kan zo niet langer.”

“Pieter… zie je dat ik een paling ben?” vroeg Mark angstig.

“Nou, ik merk het vooral, Mark. Het is je verdomme weer gelukt overal doorheen te glijden. Voor jou is iedereen in Den Haag een pot met snot. Daar moet je van af!”

“Dat wil ik ook. Ik heb daar diep over nagedacht, en…”

“Niet zeggen, Mark…”

Een lange slijmdraad achterlatend, glibberde Mark terug naar huis.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden