Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Waaraan je denkt als het luchtalarm loeit

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

“Wat heeft je moeder?”

“Griep denk ik,” zei ze.

“Is het geen covid?”

“Nee. Getest.”

De apothekersassistente kon haar niet goed verstaan omdat het luchtalarm afging waar beide vrouwen geen aandacht aan besteedden.

“Wat wilde je ook weer?”

“Paracetamol, of aspirine,” ze de vrouw.

Ze kreeg zes pillen.

“Ik moet zuinig zijn.”

“Dat begrijp ik.”

“We moeten naar de schuilkelder.”

“Ik ga naar m’n moeder.”

Ze liep de apotheek uit. Het was ongeveer vijf minuten lopen naar haar flat. Ze kon niet bellen. Ze hoopte maar dat haar moeder te ziek zou zijn om zich zorgen te maken.

“Stel nou eens dat een bom moeder… Of stel dat een bom mij…” Ze durfde haar gedachten niet tot het einde door te denken.

“Maar niemand hoeft mijn gedachten te kennen. Niemand zal mijn gedachten kennen.”

Het loeien van het luchtalarm leek toe te nemen, wat niet zo was. Ze wist dat er gezegd was om bij een alarm zo snel mogelijk naar een schuilkelder te gaan. Alsof dat altijd kon.

Terwijl ze de trappen naar haar appartement opliep, dacht ze: “Laat die bom maar hier terechtkomen. Het zou voor alles en iedereen beter zijn.”

Ze probeerde ook deze gedachte te verdrijven, maar om de een of andere reden vond ze hem aangenaam.

“Wie ik liefheb is weg, en wie ik nauwelijks kan verdragen heeft mijn zorg nodig.”

“Ben jij daar?” hoorde ze.

“Wie anders…”

Ook dat moment hoorde ze in de verte bommen inslaan.

Ze liep naar de keuken, maar er was weer geen water. Ze had nog wel een beetje melk.

“Hier. Er is weer even geen water. Neem dit.”

Haar moeder nam de pillen.

“Het zou beter zijn als ik doodging,” zei haar moeder.

“Zeg dat nou niet mam, dan loopt de koorts op.”

“Ik ben jou tot last.”

“Als jij doodgaat, heb ik niets meer te doen.”

“Nou, zoveel doe je niet!”

Waarom zei haar moeder dat? Zo reageerde ze nou altijd. Het was een rotopmerking! Terwijl ze aardig wilde zijn.

Ze ging er niet op in.

“Ik zou best het leger in willen,” dacht ze.

“Ik ben een beetje misselijk van die pillen,” zei haar moeder.

Ze gaf geen antwoord maar fantaseerde verder: “Zo’n jongen beminnen die de hele dag had gevochten. Van hem houden, terwijl ik hem niet zo goed ken. Me aan hem geven…”

Het luchtalarm stopte.

“Ik ben misselijk,” herhaalde haar moeder.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden