Beeld Agata Nowicka

Waar kunnen de programmamakers van de toekomst nog terecht?

PlusNorbert ter Hall

“Vroeger, toen de dieren nog spreken konden,” zei mijn opa altijd als hij het over lang geleden had. Precies in die tijd maakte ik mijn allereerste televisieprogramma’s voor het roemruchte Villa Achterwerk op de zondagmorgen. Elke publieke omroep was nog de baas over zijn eigen budget en zendtijd. De VPRO vond dat een minuut televisie voor kinderen net zoveel mocht kosten als een minuut voor volwassenen. Televisie was van en voor iedereen. Niet alleen jonge kijkers hadden de toekomst, jonge makers ook.

In mijn examenjaar van de kunstacademie bedacht ik samen met een vriend een kinderprogramma waarin hij als presentator iets vertelde over beroemde plekken op de wereld. Voor elke aflevering bouwden we zo’n plek na in zijn kleerkast. Als een soort Sir David Attenborough stond hij dan aan de voet van de Niagara­watervallen, de piramide van Cheops of de Deltawerken.

Toen we ons plan in Hilversum presenteerden, werden we met open armen ontvangen. We kregen meteen de opdracht om zeven afleveringen van vijf minuten te maken. We hadden nooit eerder iets voor tv gemaakt. Ons enthousiasme was voldoende. We kregen budget, zendtijd en heel belangrijk: complete vrijheid. Voor iedere maker geldt: budget is zilver, vrijheid is goud.

Van het een kwam het ander. Ik bleef programma’s maken en een paar jaar later maakte ik het jeugdprogramma Fitless met bokskampioen Arnold Vanderlyde als presentator. Sporten in de woonkamer, met de bank als trampoline, waterflessen als gewichten en dienbladen als schaatsen voor op een ijsbaan van vaste vloerbedekking. Als makers verkneukelden we ons bij het idee dat, terwijl de ouders op zondagmorgen nog in bed lagen te sporten, duizenden kinderen de woonkamer gebruikten als trainingscircuit.

Ik moest eraan terugdenken toen ik van de week met een grote soeppan gevuld met tien liter water oefeningen stond te doen in mijn eigen huiskamer. Een oude man moet wat om een beetje fit te blijven in deze bizarre tijden. Met de kennis van nu waren deze twee programma’s eigenlijk behoorlijk coronaproof. Ze lieten zien hoe je, met een beetje fantasie, je wereld groter kan maken. Hoe je kan reizen en sporten zonder het huis te verlaten.

Ik vraag me af hoe het met de programmamakers van de toekomst gaat, die nu staan te trappelen om ons hun ideeën te laten zien. Waar kunnen zij terecht? Waar is hun speelplaats waar ze ongestoord kunnen spelen? Wie geeft ze nog budget, zendtijd én vrijheid? Misschien kunnen we, nu de tijd stil lijkt te staan, daar iets op bedenken.

Reageren? n.terhall@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden