null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Waar is de tengere man die ‘de indiaan’ werd genoemd?

PlusMaarten Moll

Ik had hem er weleens zien rondscharrelen als ik de hond aan het uitlaten was. Op dat stukje rafelland aan het einde van de Ooster Ringdijk, tegen het spoor aan.

Slepend met een oude deur. Takken.

Een tengere man die, hoorde ik van andere hondenbezitters, ‘de indiaan’ werd genoemd.

Soms zag ik hem in een met afvalhout in elkaar geknutseld huisje verdwijnen.

In de zomer hingen er kleren aan een waslijn.

Veel wit.

We dachten dat hij er woonde. Soms kwam er rook uit de kleine ijzeren schoorsteen op het dak.

M. had hem al een tijd niet gezien.

Ik ging kijken. Bep mee. De zon kwam prachtig op, de lucht had de kleur van het shirt van Manchester City.

Het vroor.

Bep stond een paar keer aan de kant van het water te dralen om het ijs op te gaan. Ze durfde niet.

Ik dacht aan de man. En de ijzige nachten.

‘Man dood gevonden bij spoorbaan.’

We kwamen onder de bomen vandaan.

Op twintig meter het huisje, aan de ander kant van een sloot. Ik hoorde een onzichtbare trein voorbijkomen.

Aan een tak bewoog heel licht de Nederlandse vlag.

Ik zag geen rook opkringelen.

Op de zijkant van het huisje stond een tekst: PHILOSOPHY MYSTERY.

Ik bleef een tijd staan kijken.

‘Man overleden door koolmonoxide.’

Geen beweging.

Op mijn telefoon googelde ik philosophy mystery.

Een boek. The Philosophy of Mystery. Uit 1841. Van Walter Cooper Dendy.

Ik keek nog eens naar de tekst op het huisje. Achter het woord PHILOSOPHY zaten twee gaten in de wand. Daar hadden de letters OF kunnen staan.

Het boek gaat over dromen, spiritualisme, demonologie. En nog veel meer.

Moest ik aankloppen?

Ik deed het niet. We keerden om, de hond en ik. Richting bewoonde wereld.

En Bep ging dan toch het ijs op, en gleed meteen onderuit, op haar flank.

“Je moet die hond schaatsjes onderbinden,” riep een vrouw, van wie je zag dat haar hond nooit op het ijs zou mogen.

Ik dacht aan de rode kater uit Gewassen vlees. Wie die geweldige roman van Thomas Rosenboom heeft gelezen, weet van de schaatstocht die in de proloog staat beschreven.

Thuis zocht ik de passage op. Vier jongelingen op het ijs van de Zuiderzee. Obe, Ekke, Okke en Petrus (met de manke poot), die een dikke, rode kater bij zich had.

Die kat. ‘Zijn zwarte kousen staken in klompjes: Petrus had zijn poten in pek gedoopt en er vervolgens notedoppen op gedrukt.’

En dan zetten ze de kat op het ijs en laten ze hem op zijn schaatsjes door de wind meenemen.

Wreed.

Had ik wél bij het huisje van ‘de indiaan’ moeten gaan kijken?

Ach, hij zat vast ergens op een warme plek het mysterie van het leven te overdenken.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden