Opinie

‘Waar blijft het debat over menging van wijken?’

VVD-raadslid Hala Naoum Néhmé verbaast zich over een gebrek aan ophef naar aanleiding van een rapport over ’s lands kwetsbare wijken, met name op de linkervleugel.

Woonblokken met huurwoningen aan de Kramatweg in Amsterdam-Oost, waarvan een deel is gesloopt. Beeld Marc Driessen

Normaliter zouden conclusies zoals onlangs getrokken in het rapport Veerkracht in het corporatiebezit leiden tot een golf van pittige opiniestukken en verhitte debatten. Dit onlangs gepubliceerde onderzoek, dat is verricht in opdracht van corporatiekoepel Aedes, schetst een ontluisterend beeld van ’s lands kwetsbare wijken. Toch is het oorverdovend stil. Vooral aan de linkerkant van het politieke spectrum.

Vroeger was de wijkenaanpak het pronkstuk van de volkshuisvesting, die een onmisbare schakel vormde in de verheffing van de onderklasse. Scholing en de strijd tegen werkloosheid werden erop losgelaten om het positieve verschil te maken. Werk was de gemeenschappelijke deler en binnen de sociale huur zou sociale stijging plaatsvinden.

Vandaag de dag schitteren deze voormalige arbeiderswijken volgens het onderzoek op de verkeerde vlakken. Onveiligheid, onleefbaarheid, gezondheidsproblemen, armoede­concentratie en hoge uitkeringsafhankelijkheid. Zo is het aandeel huishoudens dat afhankelijk is van een uitkering in de sociale huursector, en vooral in wijken met mindere leefbaarheid, een factor zeven hoger dan daarbuiten.

Toverformule

Mede op basis van deze feiten is de conclusie dat de kwetsbare wijken problematischer en eenzijdiger worden. Volgens een van de auteurs, Jeroen Frissen, is menging de toverformule. Corporaties en gemeenten zouden zich vanuit dat oogpunt beter moeten inspannen om hun woningaanbod en bewoners diverser te maken.

Dat is een waarheid als een koe, zouden velen denken. Toch is dat helaas niet zo. Trouw wist direct na het verschijnen van dit onderzoek geluiden op te tekenen die menging verdacht maakten. Het zou namelijk de oorspronkelijke huishoudens uit hun eigen buurten verdrijven.

Los van de twijfelachtigheid van deze stelling, waar geen eensluidend wetenschappelijk bewijs voor is, lijken deze verdachtmakingen van het mengingsbeleid al jaren een belangrijk obstakel te zijn in het debat over de wijkenaanpak. Tegelijkertijd confronteren ze linkse politici met een ongemakkelijke waarheid. Als het verbeteren en mengen van wijken er inderdaad voor zorgt dat deze te duur worden voor oorspronkelijke, arme bewoners, moeten we menging daarom verwerpen? Het debat hierover komt om raadselachtige redenen maar niet op gang.

Hoe dan ook zouden drie voorstellen de menging kunnen verbeteren. Ten eerste zou de instroom van nieuwe huurder voortaan in bepaalde kwetsbare wijkens uitsluitend mogen bestaan uit mensen met inkomen uit arbeid. Het is eigenlijk de Rotterdamwet toegepast op microniveau. Kijk per wijk wat het nog aankan en bepaal per wijk wat voor nieuwe huurders van toegevoegde waarde zouden kunnen zijn om er positieve dynamiek teweeg te brengen. Ik heb dit idee vorig jaar geopperd in de Amsterdamse gemeenteraad, maar kreeg hier geen noemenswaardige reacties op.

Armoedepaleizen

Ten tweede: verlaging van de liberalisatiegrens (die bepaalt of je in een sociale huurwoning kunt wonen) van 720 euro naar 550 of 600 euro. Hierdoor worden veel corporatiewoningen toegankelijk voor middeninkomens en zullen huidige huurders minder betalen voor dezelfde woning. Een win-winsituatie dus.

Ten derde: haal de meest verguisde interventie van de wijkaanpak – sloop en nieuwbouw – uit het verdomhoekje. Er is veel wetenschappelijk bewijs dat dit instrument helpt. Bijvoorbeeld het langjarig onderzoekstraject Deprivedhoods van TU Delft, dat positieve effecten ziet van sloop en nieuwbouw voor de wijken waar stedelijke vernieuwing plaatsvindt. Sloop en nieuwbouw slopen de armoedepaleizen. Wie kan hiertegen zijn?

Ik wil dat iedereen mee kan doen in de samenleving, ongeacht waar hij of zij woont. Gemengde en leefbare wijken zijn hierbij cruciaal. De bijdrage van de corporaties aan deze aanpak dient beperkt te zijn, want met de adoptie van een aap, een olifantenbeeldenparade, gesponsorde popfestivals en ontwikkeling van koopwoningen in Wallonië is de leefbaarheid niet geholpen, maar nog verder van huis. Dit waren de dure lessen van de parlementaire enquêtecommissie woningbouw­corporaties. 

Hala Naoum Néhmé, raadslid voor VVD Amsterdam.Beeld Annaleen Louwes
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden