Opinie

'Waar blijft de reactie op arrogantie Stedelijk over verbouwinkje?'

De tamheid waarmee is gereageerd op de voorgenomen nieuwe verbouwing van het Stedelijk is onbegrijpelijk, meent Philip van Tijn. Herstel niet een oude fout met een nieuwe.

De badkuip: een architectonisch icoon op de verkeerde plaats Beeld Floris Lok

Onder de kop 'Stedelijk worstelt met badkuip' bracht Het Parool zaterdag het zoveelste bedrijf van de tragikomische klucht helder in beeld. Acht jaar duurde de verbouwing van een van de meest toonaangevende musea ter wereld.

De kosten, oorspronkelijke begroot op 80 miljoen euro, bedroegen 127 miljoen euro. Voormalig Rijksbouwmeester Mels Crouwel was de architect en menig grote geest zat in een stuurgroep, begeleidingsgroep of wat ook.

Het resultaat was de 'badkuip', een architectonisch icoon op de verkeerde plaats.

Kritiekloze bewondering
Het Parool mag geprezen worden dat het een kritische beschouwing aan deze voorgenomen verbouwing heeft gewijd. De media beperkten zich bij de oplevering in 2012 tot kritiekloze bewondering over deze aanwinst, die de acht jaar sluiting van het Stedelijk helemaal goedmaakte. De pr-machine van het Stedelijk, tegenwoordig corebusiness aan het Museumplein, deed de rest.

Alleen tegen deze achtergrond, waarbij Stedelijkmoeheid zeker ook een rol speelt, is enigszins te begrijpen dat de verbouwingsplannen vrijwel voor kennisgeving zijn aangenomen. Acht maanden zal een essentieel gedeelte van het museum gesloten zijn.

En of het bij acht maanden zal blijven is natuurlijk ernstig de vraag, want in Bijbelse termen zijn acht maanden voor het Stedelijk 'gelijk één dag'.

Orakel van Beieren
Op zichzelf is het niet ongewoon dat enige tijd na oplevering nog kleine wijzigingen worden aangebracht. Maar we hebben het hier niet over wat kleine aanpassingen, maar over een fundamentele verandering van de kern van het museum: zijn indeling. En als redegeving heb ik niet anders gelezen dan dat mevrouw Ruf, sinds kort artistiek directeur, 'verwarring' bij het publiek bespeurt.

"De toerist weet niet waar de vaste collectie is te zien," zo meent het Orakel van Beieren. Het is geen absolute ramp als de toerist even moeite moet doen om te weten te komen waar Malevitsj hangt en na de verbouwing zal dit bovendien juist een stuk moeilijker zijn. Een betere bewegwijzering zou al behoorlijk helpen.

Tentoonstellingsruimte op de schop
Wat te gebeuren staat, is dit: de grote tentoonstellingsruimte in de nieuwbouw gaat op de schop. In deze onderaardse ruimte, zonder daglicht en met laag plafond, werden in de afgelopen jaren de tijdelijke tentoonstellingen gehuisvest.

In het hoofdgebouw, inmiddels 'oude gebouw' geheten, is de vaste collectie en zijn nu en dan exposities te zien, zoals op dit moment de prachtige machines van Tinguely. Hoe dat 'verwarrend' kan zijn is mij een raadsel.

De bedoeling is dat na de verbouwing de vaste collectie naar de kelder verdwijnt, terwijl het hoofdgebouw dan de tijdelijke tentoonstellingen zal huisvesten. Dat is om meer dan één reden vreemd.

Prachtige lichtinval
Sinds meer dan honderd jaar staat het Stedelijk bekend om zijn prachtige lichtinval, waardoor het gebruik van kunstlicht tot een minimum kan worden beperkt. (Overigens is de essentie van deze lichtkwaliteit bij de grote verbouwing verloren gegaan. Die herstellen zou een betere besteding van middelen zijn.) In een kelder ligt dat anders, zoals de oplettende lezer zal weten.

De vaste collectie van het museum is wereldberoemd, zorgvuldig opgebouwd door opeenvolgende directeuren, gesteund en soms in elk geval niet tegengewerkt door de gemeente Amsterdam, de baas van het spul.

Kracht van een museum
Nog daargelaten dat in de museale wereld steeds opnieuw de overtuiging wordt bevestigd dat het zwaartepunt en de kracht van een museum in de allereerste plaats liggen in zijn vaste collectie en niet in de tijdelijke exposities. Bovendien is én-én heel wel mogelijk, zoals het Stedelijk al sinds zijn oprichting heeft bewezen.

Dan het kostenaspect. Vanuit het Stedelijk wordt de aard van de verbouwing gebagatelliseerd: de leiding wil niet vertellen om welk bedrag het gaat, maar wel dat alles 'uit de lopende begroting wordt betaald'. Het is slim om bij een traditie van overschrijdingen niet te vertellen wat iets kost, want dan kan nooit overschrijding plaatsvinden!

Onafhankelijke stichting
Maar anno 2016 is het bedenkelijk dat zoiets straffeloos kan bij een instelling die van ons allemaal is en waar Amsterdam - wij dus- nog maar kort geleden heel edelmoedig 127 miljoen voor heeft neergeteld. Ook die 'lopende begroting' komt voor het overgrote deel van de gemeenschap.

Philip van Tijn: voormalig chef kunstredactie Het Parool, voormalig lid raad van toezicht Boijmans Van Beuningen Beeld -

Trouwens, voor een verbouwinkje laat Rem Koolhaas zich echt niet strikken.

Het Stedelijk Museum is sinds 1 januari 2006 een onafhankelijke stichting, waar het tot dat moment een gemeentelijke dienst was. Zo'n verzelfstandiging heeft ook plaats gevonden bij het Amsterdam Museum en bij Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam en nog bij talloze andere musea.

Low key
Maar waar meestal directie en raad van toezicht beseffen dat zo'n verzelfstandiging erg nuttig is, maar dat het uiteindelijke eigendom toch berust bij de gemeente, lijkt dit besef bij het Stedelijk te ontbreken. Anders is zo'n arrogante low key-presentatie van in wezen vér reikende plannen, niet te begrijpen.

Het huidige gemeentebestuur van Amsterdam lijkt dit alles voorbij te gaan. Wat zich achter de schermen wellicht heeft afgespeeld, weten we niet, maar de uitspraak van de woordvoerder van wethouder Ollongren: 'Soms gaat een ruimte dicht vanwege een nieuwe tentoonstelling. Nu is ie gewoon wat langer dicht' doet het ergste vermoeden.

Gewoon desinteresse
Van de belangrijkste collegepartij, D66, de partij van transparantie én van cultuur, hebben we niets vernomen, evenmin als van de overige leden van de gemeenteraad die toch over alles wel een mening ventileren. Wat zit daar achter? Politieke belangen? Ik vrees dat we het dichter bij huis moeten zoeken: gewoon desinteresse.

Hoe het met deze verbouwing zal gaan, is niet te voorspellen, ook al is er weinig reden tot optimisme. In elk geval is het geen goed teken dat geprobeerd wordt een gemaakte fout te herstellen door een nieuwe te maken. Misschien dat de Amsterdamse politici en bestuurders, de
eigenaren van gebouw en collectie, toch nog hun mond openen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden