Marjolijn de CocqBeeld Artur Krynicki

Waar ben ik in ’s hemelsnaam mee bezig?

PlusMarjolijn de Cocq

Dat ineens het besef bij je indaalt: waar ben ik in ’s hemelsnaam mee bezig? Het gebeurt ergens in de loop van de middag, ik ben wederom opgehokt in de slaapkamer, in het appartement boven ons zijn de bouwvakkers aan het beuken voor een megaverbouwing die minstens vier maanden gaat duren.

De slaapkamer is mijn werkplek. Ik zit er sinds maart aan een oud schoolbureautje, het computerscherm van de krant staat ergonomisch verhoogd op Ten oosten van Eden van John Steinbeck en Decamerone van Boccaccio (die ik zou gaan lezen in die zeeën van tijd die de coronacrisis ons zou bieden, maar dus niet). Om mijn aantekeningen kwijt te kunnen, heb ik naast het bureautje een soort tafel gebouwd, van de boeken die nu naar mijn huis worden gestuurd in plaats van naar de redactie en die van de slaapkamer een boekenvesting hebben gemaakt. Vier stapels vormen de basis, een groot prentenboek het ‘tafelblad’.

Ik lees er de boeken voor recensies en interviews, ik ontmoet er via het beeldscherm ­schrijvers van over de hele wereld, ik tik er mijn stukken voor de krant. En met om mijn oren geklemd de noise cancelling koptelefoon die ik van de bovenburen heb gekregen als doekje voor het bloeden – zelf wonen ze tijdelijk elders – doe ik alsof het allemaal best te doen is.

Tot ik, ergens in de loop van de middag, een stukje tekst uit mijn verhaal wil knippen om het elders te copy-pasten. En die handeling weer vastloopt op die stomme muis. Ik kan dan op links mijn aantekeningen wel kwijt op die ­boekenberg, maar ik heb op rechts gewoon niet genoeg ruimte om te muizen. En hoe, hoe vaak heb ik daar deze afgelopen maanden wel niet over te zitten godverdegodveren? Waar – dus – ben ik in ’s hemelsnaam mee bezig?

Hoe je brein werkt: er is een crisis; we moeten ons opofferen; we werken thuis; we zijn flexibel; we improviseren. Want dat moet nu eenmaal even. En straks is het allemaal weer voorbij.

Voor dát straks volstond het best, dat schoolbureautje. Maar dat straks bestaat niet. Ik weet niet wat straks is. Het enige wat ik weet is dat straks niet is dat ik weer vier dagen op de redactie werk. Dat de slaapkamer in plaats van een provisorische, een permanente factor is geworden als werkomgeving.

Het heeft zijn voordelen – de weerkerende dromen waarin ik een nogal nadrukkelijk aanwezige collega op de krant op Tarantino-achtige wijze in elkaar ros zijn verdwenen. Maar dat schoolbureautje, dat kan dus niet langer. Twee dagen later arriveert het grotemensenbureau dat ik online heb besteld. En terwijl ik dit tik – er past zelfs een kopje koffie op – denk ik: waarom had ik dat nou niet eerder… Maar dat oude straks, het was toch hoopvoller.

Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden