Roos Schlikker Beeld Lin Woldendorp
Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

Waak voor de Weegschaalrelatie

PlusRoos Schlikker

‘Oooooh! Het is bij jullie echt totaal uit de hand geëscaleerd.” Een buurvrouw kan er niet over uit als ze ons laatste nieuws hoort. Ik knik. Ik kan er zelf ook niet over uit. Escalatie ontstaat zelden opeens. Je zet steeds een stapje verder, nog een voetje vooruit, weer wat meer. Tot je om je heen kijkt, de ravage overziet en je afvraagt: wat is hier gebeurd?

Mijn man had het kunnen weten toen hij me trouwde. Ik wilde een groot gezin. Dus maakten we twee zoons en namen een poezenduo. Na een jaar zei hij gekscherend: “Jij wil toch eindigen met veel dieren? Waarom wachten tot je oud bent?” De volgende dag had ik nog twee katertjes geregeld.

Maar een hond kwam er niet. Daar was hij duidelijk in. En ik accepteerde dat. Een huwelijk is geven en nemen. Hoewel regel één uit het handboek Hoe blijf ik beringd? zou moeten zijn: waak voor de Weegschaalrelatie. Ik heb er talloze zien breken als rinkelend glaswerk in een kerstboom. Vooral jonge ouders schieten snel in de reflex van afwegen wie het vaakst de sjaak is. Kibbelarij over wie de luieremmer verschoont. Gekat om nachtvoedingen. Ruzies omdat zij wil zuipen met vriendinnen, terwijl ze deze maand ook al ging karaoken dus nu is het zíjn beurt.

Natuurlijk hebben partners dezelfde rechten, maar de verbetenheid waarmee die soms bevochten worden, het passief-agressieve (“Goed, ga dan maar uit. Alwéér. Fíjne avond. Dag.”), het onsje-erbij-onsje-eraf, stemt droevig. Een relatie is geen slagerij en gunnen is leuker dan schaarstedenken, dunkt me.

Maar die hond kwam er niet. Een hond kakt, blaft, sloopt. Mijn man houdt niet van gesloop. Hij houdt ook niet van verandering. Hoewel, hij houdt van andere veranderingen dan ik. Zo zet hij ons huis voortdurend vol ingewikkelde apparaten. En nee, ik ben geen atechnisch nufje met stekkervrees, maar hij kon nimmer het nut uitleggen van een mechanische broodsnijder, ananasboor en een vuilnisbak met een schillenpletsysteem dat heel makkelijk schijnt te werken – het is iets met een hendeltje – maar bij mij consequent blokkeert waardoor ik laatst tot aan mijn oksels in de koffieprut met mandarijnenmeuk stond en in nucleaire woede de stinkzooi náást het vuilnisbakbeest smeet, net als onze vier katten standaard náást de poezenmand liggen in plaats van erin. “Zak!” brulde ik, een uitroep waar weinig passiefs maar veel agressiefs in zat.

Inmiddels is die eruptie echter totaal vergeten. We hebben wel wat anders aan ons hoofd. De vuilnis is sowieso aan het zicht onttrokken. Door de ravage. Die enorm is. Er klinkt voortdurend herrie in huis. Glaswerk heeft zich rinkelend op de vloer gestort.

“Het is echt totaal uit de hand geëscaleerd,” zeg ik, als we na een lange dag eindelijk in bed liggen. “Mmmm,” bromt hij. “Trouwens, we krijgen een nieuwe vuilnisbak. Een handige.” Ik knik, te moe voor verzet. Uit de bench naast ons bed klinkt een geluidje. Mijn man steekt zijn hand uit. Zijn grote mannenhand. En aait. ­Frenkie de Hond dommelt tevreden weg. Evenwicht hersteld.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden