Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

VVD’ers en politieke macht, dat gaat vaak fout

Plus Theodor Holman

Sommige ondernemers die lid zijn van de VVD voelen de roeping om daadwerkelijk politieke macht uit te oefenen.

Dat gaat vaak fout.

Nu wéér Kamerlid Van Haga. Als politicus klootte hij met huurregels, toen klootte hij met een alcoholprobleem, en nu klootte hij weer om zonder de juiste vergunningen bouwkundige werkzaamheden te laten verrichten en vervolgens buitengewoon agressief op te treden tegen bewoners.

Er circuleren op internet verschillende lijstjes (ik bedoel lijsten) met ‘in opspraak geraakte VVD’ers’.

Van Haga vertoont het gedrag van een ouderwetse arrogante zak. Ook op de spaarzame momenten dat we hem op de televisie kunnen bekijken, zien we iemand die afkeer van menselijke wezens inademt en antipathie uitademt. Ook dat heeft hij gemeen met bijvoorbeeld iemand als Henry Keizer, die financieel iets schunnigs deed met uitvaartcentra.

Wat beweegt hen?

Waarom opeens die maatschappelijk betrokken drift, terwijl één blik in een achtstehands spiegel je kan vertellen dat je dat niet moet doen? Iedere ondernemer wéét dat je als ondernemer meer kunt bijdragen aan maatschappelijke veranderingen dan als politicus. Je staat namelijk macht af als je Kamerlid wordt, in plaats van dat je je macht vermeerdert. Een geëngageerde ceo die zijn werknemers goed betaalt, is van grotere waarde dan een Kamerlid dat constant negatief in het nieuws is vanwege zijn methode van ondernemen.

Wat is het dan dat VVD’ers drijft als het geen werkelijke macht is of daadwerkelijke status? Het vermoeden van Holman is dat ondernemende VVD’ers die de politiek in willen, lijden aan een Mephisto­pheles-complex. Ze weten dat hun gedrag niet door de beugel kan – ze kunnen niet anders – en proberen dat vervolgens te compenseren door hun ondernemende ziel te koop aan te bieden. Aan de politiek. Dat soort ondernemers wil altijd degene worden aan wie ze de grootste hekel hebben: een politicus. Want de politiek zat ze altijd in de weg. Dat was voor hen de duivel.

Hun positie in de kamer willen ze dus niet om liberalen te helpen, maar om zichzelf en de vijand te begrijpen. Het is een vorm van omgekeerd narcisme. Van Haga kijkt in het water en ziet iemand die hij niet mag, terwijl hij had gedacht een aardige vent te zien. Dus wordt hij wat hij zag in de hoop dat als hij weer in het water kijkt, hij wel een aardige man ziet.

Tevergeefs. Hij blijft een schijnheilige schurk zien.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden