James Worthy Beeld Agata Nowicka

Vroeger deed hij drugs, vandaag doet hij dutjes

Plus James Worthy

Mijn beste vriend en ik zitten op ons bankje in het Vondelpark. Op dit bankje zaten we vroeger na het stappen als we nog te dronken waren om onze ouders onder ogen te komen. Of als we allebei een meisje hadden. Nee, als de meisjes ons hadden. Dan synchroonzoenden we terwijl de zon opkwam. En af en toe af keken we onder het kussen naar elkaar. Een glimlach van oog tot oog. Het Vondelpark was op die momenten nog van de dieren. De konijntjes hupten over het asfalt en de vogels probeerden nieuwe liedjes uit. Verrast en gezegend, dat waren we.

Vandaag houden we vanaf het bankje onze kinderen in de gaten.

“Mis jij het?” vraagt hij.

“Mis ik wat?”

“Vroeger.”

“Ik weet het niet. Ik denk niet dat ik vroeger mis, maar gewoon ons. En aan de andere kant begrijp ik heel goed waarom we ons niet meer kunnen zijn.”

“Ik mis de roekeloosheid. En hoe simpel het leven toen was. Vroeger wilde ik alleen maar gelukkig worden. Vandaag de dag wil ik oud worden, zodat ik kan zien of mijn kinderen gelukkige volwassenen worden. Gelukkig worden is zo veel makkelijker dan oud worden. Ik rook niet meer, drink nooit meer koffie en mijn ontbijt bestaat vrijwel altijd uit magere kwark met granaatappelpitjes.”

“Als kind was ik bang voor granaatappelpitjes. Ik dacht dat ze in mijn mond zouden ontploffen.”

Onze kinderen hebben ruzie met een ander groepje kinderen. De andere kinderen zijn met meer en ze zijn beduidend groter, maar gelukkig dragen ze polo’s. Mensen die polo’s dragen kunnen niet vechten.

“Moeten we ingrijpen?” vraag ik.

“Dat weet ik niet. Mijn vrouw zou niet ingrijpen.”

“Ja, maar wat wil jij doen?”

“Ik wil ingrijpen. Kijk, dat blonde jongetje heeft een tak in zijn handen. Straks zitten we met een stel een­ogige kinderen in de wachtkamer van het ziekenhuis.”

We lopen op de kinderen af zoals we Paradiso vroeger binnenliepen. Als de koningen van de stad. Met kronen gemaakt van bierviltjes. Niemand kan ons wat maken. Echte vriendschap maakt onsterfelijk.

“Kunnen we allemaal eventjes wat liever voor elkaar zijn?” vraagt mijn vriend.

De kinderen negeren hem. Ik wil ingrijpen, maar dit is niet mijn moment. Dit is zijn moment. Ik loop wat naar achteren en kijk van een afstandje naar hem. Vroeger negeerde niemand hem. Hij was lang voor zijn leeftijd. Maar vandaag is hij gewoon een veertiger. Gemiddeld en vermoeid. Vroeger deed hij drugs, vandaag doet hij dutjes.

Het jongetje met de stok loopt op mijn vriend af. Ik pak de stok en breek het ding in twee stukken. Dan in vier. En ik probeer de stok nog wel in acht stukken te breken, maar ik ben niet sterk genoeg.

“Kunnen we nu allemaal eventjes wat liever voor elkaar zijn?” vraagt hij. De kinderen knikken en klimmen een boom in, omdat een ander kind net schreeuwde dat hij een slang in het gras zag liggen.

“Goed geïmproviseerd met de stok.”

“Hij kwam op je af, ik moest wel.”

“Daar ben ik je dankbaar voor. Net als voor die ene keer in de Melkweg. Jij zal altijd mijn rug hebben.”

“Altijd! Niets blijft hetzelfde en toch verandert er niets.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden