Opinie

'Vrijspraak Reve was doorbraak secularisatie'

Reves Ezelsproces is een halve eeuw oud, maar krijgt volgens Ulli d'Oliveira vaak een onjuiste uitleg. De vrijspraak was een signaal van de voortgang van de secularisatie.

Gerard Reve liet zich rond het proces graag met een ezel fotograferenBeeld Joost Evers/Anefo

Het is 50 jaar geleden dat de Hoge Raad oordeelde in het proces dat tegen Gerard Reve was aangespannen. De schrijver zou zich hebben schuldig gemaakt aan het misdrijf van smalende godslastering in twee passages in een paar van zijn befaamde brieven. Daarin werd God als een 1-jarige ezel voorgesteld, die door de scribent met wat geklauter en gespartel drievuldig in Zijn Geheime Opening werd bezeten.

De minister had opdracht gegeven tot vervolging en de schrijver zelf had deze actie van harte ondersteund, omdat hem daarmee de gelegenheid werd geboden om zijn naam van deze aantijging te zuiveren. De officier van justitie die de opdracht kreeg, was mr. J.J. Abspoel, en deze had bovendien van zijn bazen te horen gekregen, dat het Openbaar Ministerie hier niet mocht afgaan. Abspoel zelf geloofde niet in een veroordeling, maar zette zich getroost aan de verloren zaak.

In een uitvoerig, maar ook geestig requisitoir betoogde hij dat de schrijver zich inderdaad aan blasfemie had schuldig gemaakt, en hij eiste 100 gulden boete. Via uitgever Van Oorschot werd Van het Reve bij de rechtbank verdedigd door de advocaat Hans-Richard Eyl, een oud-redacteur van het studentenblad Propria Cures, die in een gestoffeerd betoog ontslag van rechtsvervolging bepleitte. Veel draaide om de vraag of het bijvoeglijk naamwoord 'smalend' als zelfstandig element moest worden opgevat, dat apart moest worden bewezen, dan wel opgesloten zat in de godslastering en dus geen eigen bewijs nodig had.

Abspoel had het laatste betoogd, Eyl het eerste, met als toevoeging dat het smalen niet bewezen kon worden. Men moest dan namelijk naar de subjectieve intentie van de schrijver speuren, een onmogelijke zaak, of men ging objectiveren, en dan ging het bijna dubbelop met het bewijs van de godslastering zelf, en was het element dus vrijwel overbodig. Achteraf schreef Abspoel dat dit inderdaad de zwakke plek in zijn betoog was geweest, en dat Eyl gelukkig doel had getroffen, want hij zou ermee gezeten hebben als hij de zaak had gewonnen.

De rechtbank hield de kerk in het midden: smaling onbewezen, godslastering bewezen, geen strafoplegging. Bij het hoger beroep zette de burger-schrijver zijn advocaat om niet al te duidelijke redenen aan de dijk. Hij deed zijn verdediging nu zelf. Eyl was daarover in zijn kuif gepikt, blijkt uit zijn onder pseudoniem Ernst van Veere geschreven memoires, Een eigenaardige broederschap (2012).

Opzet tot krenken
Ook het Hof nam aan dat er van het vereiste opzet om te honen geen sprake was geweest, en sprak nu vrij. De Hoge Raad liet dat in stand en onderstreepte dat er subjectief opzet tot krenken in het spel moest zijn om tot een veroordeling te komen. Daarmee was het lot van het in de jaren dertig door minister Donner op touw gezette wetsartikel bezegeld; er is niemand meer voor vervolgd en na een kansloze poging van kleinzoon Donner om het in 2004 opnieuw in te voeren is het artikel in 2013 afgeschaft.

Het Ezelproces is vrij algemeen opgevat als een overwinning van de uitingsvrijheid van de literatuur. Aan literaire teksten zou een speciale positie zijn toegekend bij de beoordeling van de strafwaardigheid van hun auteur. Een literair werk zou meer bescherming tegen aanvallen vanuit het recht genieten dan andere teksten, of het nu (groeps)belediging betrof dan wel discriminatie, pornografie of blasfemie.

Zo schreef oud-minister van Justitie Winnie Sorgdrager over het Ezelproces: "Vrijspraak wegens 'individuele expressie in een roman.'" (Zij had kennelijk Reves brieven niet gelezen.)

Ulli d'Oliveira, jurist en essayist, voormalig voorzitter van het Fonds voor de Letteren (1996-2003)Beeld Judith Pfaeltzer

De schrijver zelf nam van zo'n sterkere bescherming afstand: 'De kunstenaar komt geen enkele andere vrijheid toe dan andere burgers.' Anderen spraken van een 'welwillende en terughoudende omgang van het recht met de literatuur'.

Smal bereik
Ik ben van mening dat er iets anders aan de hand was. In geen van de drie rechterlijke uitspraken wordt gewag gemaakt van het literaire karakter van de uitlatingen. Al nam de literatuur in eerste aanleg wel een plaats in bij getuigenverklaringen, in requisitoir en pleidooi, naast de theologie, in de tekst van de uitspraken is daar geen enkele aandacht aan besteed.

De brieven van Reve zijn dus niet anders behandeld dan het eerdere stuk in het communistische tijdschrift De Tribune, (van de hand van de latere hoofdredacteur van De Waarheid, A.J. Koejemans) waarin onder meer Christus naar de mestvaalt, Maria naar de stal, en de heilige vaders naar de duivel verwezen werden. Ze zijn net zo bezien als de 'reportage' uit 1964 over J. van Nazareth door de latere universiteitshoogleraar Abram de Swaan in Propria Cures (overigens ten onrechte veroordeeld). Dat de bedoeling van de auteur zo op de voorgrond kwam te staan, is voor een belangrijk deel terug te voeren op de wetsgeschiedenis: Donner wilde een smal bereik van het wetsartikel. Dat was dus niet een privilege voor de literatuur, maar een specialiteit van deze gelegenheidswet.

Het ging in deze zaak niet om de literatuur en zijn immunisering tegen het recht, maar om de neergang van de nauw met het christendom verbonden staat. Het Ezelsproces speelt in 1968. De grondvesten van het land schudden. De (Lutherse) advocaat-generaal bij de Hoge Raad Remmelink verklaart: 'Het artikel veronderstelt een staat die het christelijk geloof belijdt en het is de vraag of het nog te handhaven is, wanneer deze staatsopvatting is verdwenen.' Het is de neergang van de christelijke staat en de opgang van de secularisatie in Nederland die de interpretatie van artikel 147a Wetboek van Strafrecht hebben bepaald, en niet de behoefte aan een speciale bescherming van de literatuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden