Theodor Holman Beeld
Theodor Holman

‘Vrijheid is een naakt meisje, iedereen kijkt er graag naar’

PlusTheodor Holman

Roos was de derde vrouw van Bram. Ik ga bij haar op bezoek. Bram was, voor de oorlog, een vriend van mijn vader. Ze studeerden samen in Leiden. In mei 1937 trouwde mijn vader, Bram trouwde een maand later.

Mijn vader ging naar Indië, Bram bleef. Zijn verhaal is een traan in de wereldgeschiedenis. Het verdient meer woorden dan ik eraan kan wijden. Niet alleen zijn zwangere vrouw, maar ook zijn ouders en broer werden door de Duitsers vermoord en na de oorlog bestond hij uit verdriet, schuldgevoel en woede.

Hij trouwde opnieuw, maar dat liep mis, en hij trouwde weer. Nu met Roos. Hun huwelijk duwde tien jaar, toen stierf Bram. Hoe?

Roos zegt: “Een raadsel dat geen raadsel is, maar we hebben nooit ruzie gehad.”

Een zin als een laken dat je even optilt.

“Bram en je vader konden het goed vinden. Ze hadden mooie filosofische gesprekken met elkaar.”

Ik vraag haar of ze zich nog iets van die gesprekken kon herinneren.

“Zeker wel. Ik kende Bram net. Hij en jouw vader werden weer echt studenten als ze bij elkaar waren. Ze zaten rond de tafel in van die grote crapauds, met een glas cognac in hun hand. Het moet zo rond 1968 zijn geweest. Ze spraken over vrijheid. Toen je vader aan het eind van de avond was vertrokken, zei Bram: ‘Theo zei dat een mens nooit vrij is. Hij wordt altijd in of door iets belemmerd.’ Dat was iets waar Bram ook mee zat. Hij zei: ‘Er is geen oorlog meer, maar ben ik vrij? Echt vrij?’ Hij voelde zich te pakken genomen door de regering, door ‘de schoften’ zoals hij ze noemde, de mensen in de straat die hadden gestolen, hij voelde nog antisemitisme. Hij voelde zich ook beklemd door zijn schuldgevoel. En met beklemd bedoelde hij: niet vrij.”

Ik knik en zeg: “Mijn vader zei ook vaak: wat hebben de mensen van de oorlog geleerd? Eigenlijk niks.”

Roos glimlacht en zegt: “Ik bemoeide me niet met hun gesprekken, maar opeens ­hoorde ik ze lachen. Ik vroeg: ‘Waarom lachen jullie?’ Bram bloosde en zei: ‘Theo zegt dat vrijheid een naakt meisje is. Iedereen kijkt er graag naar, maar ze jagen haar de stad uit, want te obsceen.”

“Mijn vader heeft toen vast besmuikt geglimlacht,” zeg ik.

“Ja, vrijheid is een manier van denken. Die vrijheid hadden ze altijd al.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden