Vrienden betalen elkaar met herinneringen

Theodor Holman Beeld Wolff

Een oude vriendin, inmiddels Française geworden, en ik lieten Koosje uit in het Vondelpark.

"Ik herken niets meer," zei ze."

Wanneer was je hier voor het laatst?"

"Veertig jaar geleden."

Ze keek naar de bomen, de wegen en de mensen alsof het vergeelde familiefoto's waren. We naderden het Blauwe Theehuis."

Ik herken het niet," zei ze, "maar ik denk dat ik het herken. Ik dacht dat hier een tennisbaan naast lag."

"Herinneringen zijn afbrokkelende ijsschotsen. Alles begint uiteen te vallen. We lossen op."

Ze keek me aan.

"Ik heb het gevoel dat ik meer leed heb meegemaakt dan jij, maar toch ben ik altijd vrolijker geweest. Behalve de laatste tijd dan," zei ze.

Inderdaad is haar lijst van ongemakken en ongelukken meer dan onrechtvaardig groot; mijn kennis over Parijse begraafplaatsen dank ik aan haar en haar gestorven echtgenoten en overleden kind. Tragiek is haar schaduw die altijd met haar meeloopt.

"Ik kan er niets aan doen dat ik niet vrolijk ben," antwoordde ik. "Ik wil wel, maar het gaat niet. Tijdens mijn beste momenten vind ik mijn somberheid het rechtvaardige gevoel dat hoort bij mijn mislukkingen."

"Overdrijven deed je ook al altijd."

We liepen het park uit en gingen bij café Gruter iets drinken. Opeens vroeg ze: "Heb jij nooit gedacht: áls..."

Ik haalde mijn schouders op en keek naar m'n koffie.

"Eigenlijk niet."

"Waarom zijn wij dan nog steeds vrienden, Theodor?"

"Ik mag je graag."

"Ik jou ook."

Ik legde kort mijn hand op de hare.

"Waarom mag je mij?" vroeg ze.

Ik haalde weer mijn schouders op, maar wilde toch iets liefs zeggen.

"Je bleek een goede vriendin die altijd aandacht voor me had."

"Tja... Waarom mag ik dan jou, terwijl je een slechte vriend bent, al kwam je trouw op al die begrafenissen. Je bent, denk ik, mon pauvre frère, mijn arme broer. Ik had altijd het gevoel als jij Parijs verliet dat ik je een paar honderd franc moest toestoppen. Je hebt altijd iets van een hond gehad die z'n poot op m'n schoot legde als ik een koekje aan het eten was."

We lachten om de vergelijking. Zij aaide Koos en gaf hem haar koekje en zei: "Herinneringen zijn het geld waarmee vrienden elkaar betalen. Ik heb jouw ouders gekend en jij de mijne. Dat is waardevol. Daarom wil ik je niet kwijt."

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.