Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Vrede is vreemd genoeg geen toestand die door iedereen kan worden gewenst

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Generaals schreeuwen. Het gaat om leven en dood. Ze bezigen geen fraai geformuleerde zinnen, maar ze spreken zoals mijn hond blaft (“Aanvallen!” “Vuur!” “Doorstoten!”)

Er zijn mensen die constant denken dat het oorlog is, ook in vredestijd. Hun strijd is er een op leven en dood.

Tijdens een koempoelan (een grote, feestelijke Indische rijsttafel) voor oud-kampgenoten van mijn vader bij ons thuis luisterde ik naar de verhalen van de soldatenvrienden. Er werd veel gelachen. Gezamenlijke noemer (als er werd gelachen): het in de maling nemen van de Japanse (of Koreaanse) kampcommandant.

Humor was een verzetsdaad. Er niet om lachen ook, want wie dat deed, bracht niet alleen zichzelf, maar ook de humorist in gevaar.

Een Nederlandse hoge militair die knijp zat, moest van de Japanners bijvoorbeeld de Neder­landse manschappen keurig in het gelid laten staan. En in plaats van “Op de plaats rust!” schreeuwde hij: “Schijt in je broek! Plas!”

Juist vanwege die kleine verzetsdaad, die vrolijkheid in het leven bracht, gingen de Nederlanders extra mooi in de rij staan om hun commandant niet te verraden. Mooier dan de Engelsen die trots waren op hun discipline.

Die vroegen: waarom doen jullie precies wat de kampleiding wil? Ze vertelden dat ze hun commandant wilden beschermen. Gevolg: de Engelsen verraadden de Nederlandse commandant toen aan hen werd gevraagd waarom ze slordig in de rij gingen staan. (Eén van de duizend redenen waarom mijn vader zei dat hij de Engelsen soms meer haatte dan de Japan­ners.)

Sindsdien hadden de Engelsen de leiding in het kamp, tot ze een tolk Engels-Maleis nodig hadden (sommige Japanners spraken Maleis), de ‘vertaling’ niet helemaal in orde bleek te zijn en de Nederlanders weer de macht kregen.

‘Misbruik van grootheid is wanneer macht van geweten scheidt,’ zegt Shakespeare ergens in The Tempest (De storm).

In elke oorlog is er misbruik van alles. Zeker van macht, zeker van geweten. Zodra het geweten ter sprake komt, is vrede nabij, want vrede is het doel van het geweten.

Maar vrede, zelfs als de oorlog voorbij is, is vreemd genoeg geen toestand die door iedereen kan worden gewenst.

Bij sommigen gaat de oorlog in hun kop onrustig verder, zonder dat ze het willen. Dus ook het verlies aan moraal, aan geweten.

Aan die gezellige koempoelans zaten heren die soms de indruk wekten dat ze liever babi nippon dan babi panggang wilden eten.

Onmacht in grappige anekdotes. De macht van verhalen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden