Opinie

‘Voorkom dat woningdelers Amsterdam worden uitgejaagd’

Komende week buigt de gemeente zich over woningdelers. Advocaat Jaap van den Broek drukt raadsleden op het hart: zorg dat ze niet de stad uit worden gejaagd. 

Wethouder Lauren Ivens tijdens een protest van Amsterdamse studenten die bang zijn om uit hun huis gezet te worden.Beeld ANP

Hoewel wethouder Ivens dinsdag in deze krant de woningcorporaties een ambtelijke tik op de vingers gaf, zou hij er goed aan doen eerst met corporaties én woning­delers in gesprek te gaan over de gevolgen van de Huisvestigingsverordening 2020.

Ivens staat op het punt onherstel­bare schade toe te brengen aan de status van Amsterdam als studentenstad. Onder de nieuwe verordening moeten eigenaars een vergunning aanvragen voor alle huizen waar drie of meer volwassenen de huur betalen. Aan het aantal te verlenen ­vergunningen is een maximum gesteld: 5 procent per wijk, 25 procent per gebouw. Met de verordening wil de gemeente waarborgen dat er ‘woningen zijn voor alle mensen die in Amsterdam wonen en die daar willen blijven wonen’ – iets wat elke Amsterdammer onderschrijft.

De praktijk blijkt weerbarstiger. Nu de gemeente er niet in lijkt te slagen het beest dat vakantieverhuur heet te bedwingen, zijn studenten en starters de dupe van de naïeve daadkracht van de wethouder. Onbedoeld gevolg van de verordening is dat ­studenten en starters die een woning delen met twee of meer soortgenoten, afhankelijk raken van de wel­willendheid van hun huisbaas om een vergunning aan te vragen.

Onontgonnen terrein

Ruwweg zijn er twee categorieën woningdelers. Ten eerste: woning­delers die huren van particulieren. Dit zijn studenten of starters die met zijn vieren kamers in – inderdaad – een gezinswoning huren. Zij nemen genoegen met minder ruimte, omdat ze in de stad willen wonen.

Ivens, oud-student in Amsterdam, zou hier toch begrip voor moeten kunnen opbrengen. Deze woning­delers zien zich geconfronteerd met weigerachtige verhuurders, die tot de conclusie komen dat een werkend stel of rijke expat net zo makkelijk de huur kan ophoesten als deze studenten.

Gevolg: bij het aflopen van hun (tijdelijke) huurcontract belanden studenten en starters massaal op straat. Zij kunnen vervolgens geen kant meer op, omdat met minder dan vier personen een betaalbare woning in Amsterdam vinden net zo lastig is als een stel Britten ertoe bewegen hun vrijgezellenfeest in Meppel te houden.

Ten tweede zijn daar de bewoners van de grotere huizen van studie- en studentenverenigingen. De uitzondering die de verordening hiervoor maakt – de status van ‘erkend studentenhuis’ – is een wassen neus en lijkt in de praktijk alleen op te gaan voor campuswoningen.

Koffiedik kijken

De verordening schrijft een maximum van zes woonruimten per pand voor. Hierdoor lijkt het gemiddelde verenigingshuis – snel tien studentenkamers – in het niemandsland van de verordening te belanden. Voor de eigenaars is het koffiedik kijken of de gemeente bereid zal zijn per geval een uitzondering te maken. Dit belooft weinig goeds – zeker nu de voorzitter van de Amsterdamse woningcorporaties heeft aangegeven dat corporaties zich niet op dit onontgonnen terrein willen begeven.

De Amsterdamse studenten en starters krijgen de linkse directe van de wethouder vol op de neus en het einde van de voor Nederland zo typerende studentenhuizencultuur in Amsterdam lijkt daarbij collateral damage.

Beginselen van zowel de Nederlandse rechtsstaat (de rechtszekerheid) als het internationaal recht (het recht op respect voor woning) worden door de wethouder voor een deel van de woning­delers terzijde geschoven onder het mom van huurders­bescherming.

De wethouder heeft groot gelijk dat hij paal en perk wil stellen aan het opkopen en ‘verkameren’ van complexen door professionele beleggers. Alleen vraagt dit probleem om een preventieve, wijkgerichte aanpak. Ook de commissie Bouwen en Wonen lijkt de gevolgen van de verordening voor huidige woningdelers niet te overzien, gezien haar steun voor de plannen van de wethouder.

Giftige cocktail

Komende week buigt de gemeenteraad zich over dit onderwerp. Wellicht dat die de wethouder ervan kan overtuigen een uitzondering te maken voor alle bestaande studenten- en startershuizen en slechts ex nunc zijn nieuwe beleid toe te passen.

Ook is het geen gek idee om de kwetsbare groep die de verordening poogt te beschermen eens zélf aan het woord te laten. Woningdelers willen geen minimum aan vierkante meters of een eigen kraan. Zij willen op de fiets naar college of werk en ’s avonds een drankje in de kroeg op de hoek. Het zou de wethouder sieren zijn daadkracht aan de realiteit te toetsen, voordat hij ervoor zorgt dat de giftige cocktail van hoge huren en ambtelijke regelzucht woningdelers de stad uitjaagt.

Jaap van den Broek, advocaat te Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden