Thomas Acda Beeld Artur Krynicki

Voor zo’n toerist doe ik mijn best

Plus Thomas Acda

Persoonlijk heb ik helemaal geen hekel aan toeristen. Ook niet aan het feit dat het er wat veel zijn, dat ze lawaai maken of dat ze in colonne apestoned met hun open paraplu op halshoogte door de Haarlemmerstraat wandelslomen. Lastig, ja, maar erg, nee. Ik zou Amsterdam ook willen zien als ik in loeidruk Peking woonde, of welk gat in Engeland of Italië dan ook.

Eerder heb ik het eerlijk gezegd niet zo op stadsgenoten die zich woedend bellend en scheldend door Amsterdam bewegen en die arme vakantiegangers met de iPhone aan het oor de stuipen op het verkleumde lijf jagen. Maar ja, ik woon dan ook niet (meer) op de Wallen, dus ik heb makkelijk(er) praten.

Ik ben een van die mensen die wanneer een toerist de weg vraagt best zijn best wil doen ze de juiste weg te wijzen. Niet ‘Do ist der Bahnhof’ zeggen en dat de Bahnhof dan eigenlijk do is, dit voor de kenner. Maar deze man gaat het me moeilijk maken, dat is meteen duidelijk.

“Choponngopovv!” Hij spuugt het in mijn gezicht en kijkt meteen zo boos dat ik eerder het idee heb dat hij me ervan beschuldigt met zijn vrouw naar bed te zijn geweest dan dat hij mij de weg vraagt.

“Sorry?” Ik geef een glimlach die stralend duidelijk moet maken dat ik tot de aardige bewoners van deze habitat behoor.

“Goponnponov! Gwere?” Hij wijst woedend op een mapje waarvan ik heel blij ben dat ik zeker weet dat ik er niet in sta.

“Gwopponnopoovvvv!!”

Ik voel een kleine irritatie heel snel heel groot worden maar ik hou me in. Ik herinner me mijn vrouw die, toen het in Parijs begon te regenen in vlekkeloos, fantastisch Frans een winkeldame vroeg om een paraploewie. Franser dan Frans kon niet. “Quoi? Quoi?” was het antwoord. En de arrogante oude winkeldame keek alsof haar de weg naar Mars was gevraagd. Paraplui-ie. Zo’n ding, daar in de hoek.

“Ah… uuuuun paraaaaploeiewieeeeeeeiieeee.”

“Ja, trut, maar laat nou maar, want het is alweer droog.”

Dat was ik, niet mijn vrouw. En het was niet alweer droog maar dit mens kreeg geen centimes van mij.

Zo wilde ik niet zijn nu. De Rus, Oekraïner, Letlander, in ieder geval Bovenlander, doet nog een poging. Maar dit is mijn laatste kans, begrijp ik.

“Ho-ponnnn-ho-povvv!”

“I’m sorry. Is that your name? Mister Hopov?”

Dan komt er een grote kleurige dubbeldekker langs en stapt de man opgelucht in de Hop On Hop Off. Even ben ik in de verleiding ook op te hoppen, maar ik weet me te beheersen. Ik ben verdomme geen toerist.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van ‘de’ Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden