Opinie

‘Voor startende logopedisten is Amsterdam een no-go area’

Niet alleen het Amsterdamse onderwijs kampt met grote tekorten, ook de logopedisten vinden moeilijk personeel. ‘Met een gemiddeld uurloon van 15 euro verdient een startende eerstelijns logopedist simpelweg te weinig om de hoge huren in de hoofdstad op te hoesten.’

Een jongen doet zijn best tijdens logopedie. De logopedist (links) is niet een van de auteurs van dit stuk. Beeld Angeliek de Jonge

Het Malieveld krijgen we niet vol. Ook verder vormen logopedisten meestal een bescheiden beroepsgroep. Maar sinds een paar jaar staat de eerstelijns logopedie in Amsterdam zo ernstig onder druk dat we de noodklok wel móéten luiden. Voor onze medewerkers, en voor alle kwetsbare kinderen die onze zorg hard nodig hebben.

Eerstelijns logopedisten (zelfstandige logopediepraktijken) spelen een cruciale rol bij de behandeling van jonge kinderen met problemen op het gebied van eten en drinken, spraak, taal en communicatie. Bovendien zijn logopedisten vaak betrokken bij het vroegtijdig signaleren en behandelen van bredere ontwikkelingsstoornissen, zoals autisme.

Een prachtig vak – zou je zeggen. Maar in de praktijk blijkt het steeds moeilijker om nieuwe collega’s te vinden. Vorig jaar kreeg ruim de helft van alle Nederlandse logopediepraktijken haar vacatures niet of nauwelijks vervuld. In Amsterdam is het animo nog kleiner. Logisch, want met een gemiddeld uurloon van 15 euro verdient een startende eerstelijns logopedist simpelweg te weinig om de hoge huren in de hoofdstad op te hoesten. Laat staan een studieschuld af te lossen. Zonder familie met woonruimte of een goed verdienende partner is Amsterdam voor startende logopedisten in feite een no-go area.

Administratie slokt tijd op

Dit probleem komt niet uit de lucht vallen. De afgelopen jaren hebben tweedelijns instellingen, met name scholen in het speciaal onderwijs, hun logopedische zorg stelselmatig wegbezuinigd, waardoor eerstelijns praktijken steeds meer taken erbij hebben gekregen. Ook de werkdruk onder eerstelijns logopedisten is enorm toegenomen.

Logopedisten zijn een steeds groter deel van hun tijd kwijt aan administratie, dossiervorming, gegevensuitwisseling en verantwoording van hun werkwijze (kwaliteitsrichtlijnen). Stuk voor stuk handelingen waarvoor praktijken geen vergoeding krijgen, maar die wel een groot deel van de werktijd opslokken.

De gevolgen van deze ontwikkelingen zijn overal in Amsterdam te zien. Praktijken die op omvallen staan, vestigingen die moeten sluiten omdat ze niet meer rendabel zijn en medewerkers die met een burn-out thuis zitten. Maar de grootste verliezers zijn natuurlijk onze cliënten: jonge, kwetsbare kinderen die steeds vaker op een wachtlijst terechtkomen. Dat is een regelrecht drama.

Zeker voor ouders van kinderen waarvan de ontwikkeling stil staat, omdat hun kind niet praat, weinig taal begrijpt of nauwelijks contact maakt. Hoe leg je deze ouders uit dat hun kind vier maanden of langer op een behandeling moet wachten? En hoe maak je een bezorgde verwijzer duidelijk dat ‘nee’ geen kwestie is van onwil, maar van capaciteit: er zijn in Amsterdam ‘gewoon’ niet genoeg eerstelijns logopedisten om aan alle hulpvragen te voldoen.

De rek is er uit

We begrijpen heel goed dat zorgverzekeraars kritisch naar de zorgkosten kijken. Maar de afgelopen jaren zijn de vergoedingen voor een logopedische behandeling – voor logopediepraktijken de enige inkomstenbron – totaal niet met de markt meegestegen. De bedragen liggen zelfs nog steeds 25 procent onder het niveau dat de Nederlands zorgautoriteit (NZa) in 2011 als acceptabel bestempelde. Mede daardoor heeft werken in een eerstelijns praktijk voor veel startende logopedisten het karakter gekregen van een slecht betaalde hobby.

Jarenlang hebben logopedisten in de eerstelijn gedaan wat ze altijd doen als hun vak onder druk staat. Een tandje bijschakelen. Nog meer behandelingen in een dag proppen. Niet zeuren als het schrijven van verslagen in het weekend moet; je hart ligt immers bij de zorg voor je cliënten. Maar met tandjes bijschakelen kan je niet eindeloos doorgaan. Bij veel praktijken is het laatste beetje rek eruit, zeker nu de aanwas van jonge collega’s zo enorm stagneert.

Daarom roepen we de gemeente Amsterdam, de politiek en zorgverzekeraars op om actief met ons mee te denken over een constructieve oplossing. We willen ontzettend graag doorgaan met ons prachtige vak, maar wel onder werkbare omstandigheden en tegen een eerlijke prijs. Anders is er over tien jaar in Amsterdam geen eerstelijns logopedie meer.

Liesbeth Fabius (logopedist en praktijkhouder Logopedie Westrand), Wopke van Akkeren (logopedist en praktijkhouder Kinderlogopedie Amsterdam) en Jennifer Koenen (logopedist en praktijkhouder Logopediepraktijk Osdorp), mede namens 21 Amsterdamse logopediepraktijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden