Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Voor mij is pinda een geuzennaam

Plus Theodor Holman

‘Hee pinda!”

Ik ben in Den Haag, waar het blad Pinda ten doop wordt gehouden. Een eenmalig magazine voor iedereen, door alleen pinda’s. Ofschoon ik al jaren probeer niet bij die groep te horen (want wat bindt ons eigenlijk behalve dat onze ouders en voorouders ons hebben voorzien van alle tinten bruin) vind ik het altijd weer fijn onder pinda’s te zijn.

Heb ik me tot op de dag van vandaag enigszins puberaal verzet tegen die kitscherige, sentimentele, veel te romantische tempodoeloe-­sfeer, tegenwoordig geef ik me er stiekem aan over, als een biseksueel die getrouwd is en weet dat hij ook op het andere geslacht valt.

Want die pindacultuur – ik weet niet goed wat dat is, maar mijn gevoel daarover wordt gevoed door mijn intuïtie – is aan het verdwijnen.

Het past mij niet deze plek te gebruiken om reclame te maken, maar lees Pinda.

Maak kennis met mijn ‘andere kant’.

Mij gaat het over het woord ‘pinda’.

Er zijn pinda’s die bezwaar hebben tegen deze term. Ze vinden hem discriminerend. Alsof je een blad voor zwarten opeens Nikker gaat noemen.

Ik deel die kritiek niet. Voor mij is pinda een geuzennaam. Misschien had ik moeten schrijven: het is een geuzennaam geworden. Zoals geus, een begrip met een negatieve connotatie, veranderde in een woord met een positieve inslag. Zoals het begrip provo dat eveneens is overgekomen. Sommige woorden zijn namelijk slim en hullen zich in het camouflagepak van hun tegenstander.

Natuurlijk werd ik vroeger vaak uitgescholden voor pinda. Eerlijk: dat heb ik nooit erg gevonden. Ik dacht: ik pinda, jij stinkkaas, ik pinda, jij vuurtoren, ik pinda, jij plofkop. “Dek die pinda!” hoorde ik op het voetbalveld. “Dek jij die wortel met die kut als mond!” riep ik dan.

Als de scheldwoorden in evenwicht zijn, word je er niet door gekwetst.

Nu kan niet iedereen een lekker potje schelden en die nobelen zijn wellicht gekwetst.

Tegenwoordig is gekwetstheid populair, want wie regelmatig wordt gekwetst, zou maatschappelijk op een achterstand raken, of zoiets. Mijn kwetsuren hebben mij juist geïnspireerd. Ik heb een volle pot met hele en halve vernederingen, en daar schrijf ik over zoals u weet.

Ik ben een pinda en wij zijn pinda’s. Onder het velletje van beleefde bescheidenheid zit bescheiden trots.

Beledig ons niet, want wij kunnen u doen bloeden van schaamte.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden