Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Voor Koos heeft Britney een je-ne-sais-quoi aantrekkingskracht

PlusTheodor Holman

Kijk, daar is ze weer. Een oudere dame, misschien mijn leeftijd, goed verzorgd en ze loopt alsof ze haar verleden iets voor wil blijven. Ze legt haar hondje, een handtasje waarin vermoedelijk alleen wat verwende darmen zitten en een klein hartje met een vetrand, ook haar wil op. Madame – zo zou ik het hondje hebben genoemd – mag niet dralen maar moet dribbelen.

Mijn gecastreerde Koos wil Madame altijd kontneuken met zijn neus.

“Niet doen, Koos,” zeg ik weleens tevergeefs. Maar ze heeft waarschijnlijk een uiterst aantrekkelijke je-ne-sais-quoi-stank waardoor Koos onzedelijk gedrag gerechtvaardigd vindt.

Dit keer dringt Koos, met gegrom en nekbeetjes, aan op een lang voorspel, wat Madame wel leuk vindt.

“Zij hebben geen last van corona,” zegt de vrouw.

Opeens kijk ik haar in het gezicht; het is of haar chique regenjas een grote zakdoek is waarmee ze haar tranen net heeft gedept.

“Honden hebben alleen last van honger,” zeg ik, terwijl Koos weer pornografie met de neus bedrijft.

Dan zegt ze zomaar terwijl ze naar de honden kijkt: “Britney is eigenlijk van mijn dochter. Die is acht maanden geleden ziek geworden. En ze heeft nog last van haar longen. Dus ik moet elke dag Britney uitlaten.” Ik merk een licht Amsterdams accent.

“Wat naar van uw dochter,” zeg ik.

“Ja… En weet u waar ze het heeft opgelopen? Op de begrafenis van mijn broertje. Zeven mensen zijn daar ziek geworden. Maar ik niet. Gek hè?”

De kleine zinnen roepen te veel vragen op.

“En vorig jaar – nou ja, eigenlijk al weer twee jaar geleden – stierf mijn man ook aan die rotziekte… Kanker bedoel ik. Net als mijn broertje.”

Dat ‘broertje’ valt als een terloopse traan uit haar mond.

“Wat vervelend.”

“En ik heb het niet gekregen op die begrafenis van mijn broertje. Iedereen leek goed beschermd en hield afstand. Maar mijn dochter krijgt het dan wel. Ik dacht, ja meid, zo ben je ook zwanger geworden… Want ze hebben ook nog een kleine. Nou ja ze… Ze zijn uit elkaar, maar de kleine is nu bij hem.”

Ze kijkt op haar horloge.

“Ik moet ervandoor. Britney, kom!”

Britney laat zich gewillig aanlijnen.

“Als ik straks bij m’n dochter kom, wil Britney niks meer met haar te maken hebben. Dan wil ze bij mij blijven. Dan denk ik: “Was jij maar mijn dochter, Britney, en zij… Nou ja, dat mag ik niet denken.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden