Babs Gons. Beeld Artur Krynicki
Babs Gons.Beeld Artur Krynicki

Voor je het weet, ken je iemand en voor je het weet, is een bekende een vreemde voor je

PlusBabs Gons

Al een paar keer had ik haar zien lopen, mantelpakje, hakken, nonchalante knot op het hoofd. Eerst in de supermarkt waar ze nijdig haar karretje voort leek te duwen, vervolgens toen ze driftig langs me op straat beende en daarna staand aan de andere kant van het zebrapad. Kaken op elkaar geklemd, onrustige ogen.

Toen het licht groen werd, leek ze wel de witte strepen de grond in te willen stampen. Ik wilde haar stoppen, tegen haar zeggen ‘volgens mij ben je een beetje gestrest’ en haar vervolgens een knuffel geven, net zolang tot haar schouders wat naar beneden zouden zakken en haar ademhaling tot rust zou komen. Maar natuurlijk deed ik dat niet, ze zou me een engerd kunnen vinden en zomaar iemand knuffelen is nu sowieso niet zo’n goed idee, laat staan een vreemdeling.

En toch…

Ik heb zo veel mooie ervaringen met het ontmoeten van vreemden. En wanneer is iemand trouwens een vreemdeling voor je? Ik was haar die dag al drie keer tegengekomen, wist precies welke kleur groen haar blouse had en wat ze die avond ging eten. Hoe vaak hoor je mensen over die partner van jaren niet verzuchten dat ze soms niet meer weten met wie ze van doen hebben. Tussen vreemdeling en bekende zit soms maar heel weinig. Voor je het weet, ken je iemand en voor je het weet, is een bekende een vreemde voor je.

Pas onlangs leerde ik, bizar eigenlijk, het woord philoxenie kennen. Het betekent zoveel als vriendschap met een vreemde, net zo menselijk als de tegenhanger xenofobie. Het stond in een onderzoek dat uitwees dat vreemden ontmoeten vooral een positieve ervaring is.

In mijn periode als au pair kwam ik in de bus van Barcelona naar Amsterdam naast een meisje van mijn leeftijd te zitten. In de buurt van Baskenland vroeg iemand of we zusjes waren. Rondom Parijs opperde iemand dat we wel een tweeling moesten zijn en toen het meisje, met wie ik intussen aardig bevriend was geraakt, in Antwerpen uitstapte, was iedereen in de war – we moesten toch minstens familie zijn.

Het was waar, we hadden hetzelfde haar en postuur en dezelfde huidskleur en ze was net als ik voortgekomen uit een zwarte Noord-Amerikaanse vader en een witte Nederlandse moeder. We waren als vreemden voor elkaar de bus ingestapt, maar waren dat na een paar minuten al niet meer. En nu zijn we al meer dan dertig jaar bevriend.

Iedereen was ooit een vreemdeling, zoals ­Naomi Shihab Nye het zo mooi heeft verwoord in het gedicht Ed Brocade. Een paar vrij vertaalde regels:

De Arabieren zeiden altijd
Als een vreemdeling voor je deur verschijnt,
voed hem drie dagen lang voordat je vraagt wie hij is,
waar hij vandaan komt en waar hij naartoe op weg is.
Op die manier heeft hij genoeg kracht om antwoord te geven.
Of, dan ben je al zo goed bevriend dat het je niet meer uitmaakt.

Spokenwordartiest, schrijver en ­docent Babs Gons maakt ons deelgenoot van haar belevenissen. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? b.gons@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden