James WorthyBeeld Agata Nowicka

Voor even leek de parkeerplaats op een sketch van Benny Hill

PlusJames Worthy

Dit weekend kochten we een stapelbed voor onze zoon. Hij mocht hem zelf uitkiezen in de winkel. Mijn vrouw en ik keken van een afstandje naar hem. Hoe hij daar stond, met zijn handen in zijn zij, twijfelend tussen een hoogslaper met een bureautje en een stapelbed met twee bedden.

Toen hij een keuze had gemaakt, stak hij een vinger de lucht in. Een medewerker kwam aangerend. De jongeman, een snordrager in een kleurrijk poloshirt, ging door zijn knieën en stelde een aantal vragen aan onze zoon.

Ik rekende af en zag hoe vier medewerkers het bed naar buiten droegen. Mijn vrouw liep voor ze. Ze volgden haar, maar ze liep zo snel dat de medewerkers haar op een gegeven moment kwijt waren. Voor even leek de parkeerplaats op een sketch van Benny Hill.

Thuis dronk ik een glas water terwijl ik naar de stapel dozen keek. Mijn vrouw las de montagehandleiding en mijn zoon opende het kleine plastic zakje waar alle schroeven in zaten. Ik zette het glas neer, haalde diep adem en maakte de eerste doos open met een oestermes.

Vier uur later deed mijn vrouw het licht aan en zag ik hoever ik was. Ik was niet heel ver. In de verte kon ik mijn zoon horen gapen. Ik had zin om met het oestermes tussen mijn ribben te gaan wrikken om daarna mijn hart met tabasco en limoensap op te slurpen, maar ik haalde nog een keer diep adem en bouwde als een slechtziend winterkoninkje een nest voor onze zoon.

Om 00.13 was ik klaar. Ik pakte de negen overgebleven schroeven van de grond en liep naar de prullenbak in de keuken. Mijn zoon zat op de bank met de iPad. Hij keek op YouTube naar volwassen mensen die zichzelf hadden gefilmd tijdens het openmaken van pakjes Pokémonkaarten. Ik zei dat hij zijn pyjama aan kon trekken.

Samen keken we naar het stapelbed. Naar de houten walvis die mijn zondag had opgeslokt. Naar mijn Moby Dick.

“Wil je boven of onder slapen?” vroeg ik, maar toen zag ik dat hij al halverwege het trappetje was. Hij kroop onder zijn deken en vroeg of ik het licht uit wilde doen.

“Papa? Wil jij vandaag onder me slapen? Ik vind het allemaal best spannend. Ik heb nog nooit zo hoog ge­slapen.”

Ik gaf hem een kus, trok mijn kleren uit en nam plaats in het onderste bed. Alles kraakte.

“Mama zegt dat je moet afvallen.”

“Nee, dat hoeft helemaal niet. Jouw bed moet gewoon sterker worden.”

Twee minuten later hoorde ik hem snurken. Ik legde een hand op de lattenbodem boven me en probeerde of ik hem door het matras heen kon voelen ademen, maar ik voelde niets. Dit is dus hoe het is als je op een begraafplaats begraven ligt, dacht ik. Alsof je op het onderste bed van een stapelbed ligt. Twee meter onder grond.

Zo dichtbij. Alles wat leeft, ligt maar vijf traptreden van je vandaan, Je kunt alles horen kraken als iemand over het pad loopt.

Ik pakte mijn telefoon en keek naar bewegende beelden van blote vrouwen. Met troostende viezigheid ­verjoeg ik de dood.

En net voordat ik de slaap vatte, zuchtte ik: “Slaap ­lekker, Amsterdam.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden