Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki

Voor dieren kan wat dood is weer levend worden

Plus Theodor Holman

Of ik wil kijken. Nee, wil ik niet. Maar een onzichtbare hand, waarvan de handpalm bestaat uit een goede opvoeding en de vingers uit mededogen en nieuwsgierigheid, duwt me bij de oude buurvrouw naar binnen en even later kijk ik naar het ­dekentje waar Goof op ligt, het speelkameraadje van Koos.

Goof is dood.

“Het is net of hij slaapt,” zeg ik, want dat is zo en ik weet verder niets te zeggen.

“Hij wordt zo gehaald, maar ik kan geen afscheid van hem nemen,” zegt de buurvrouw. Ze draait zich om en snuit haar neus.

“Ja, snap ik, snap ik,” zeg ik en ik aai het dode honden­kopje.

Ik heb het wel gezien en ik vind dat ik beleefd genoeg ben geweest. Ik buig met wat gekreun mijn hurken recht. Ik ga in de stoere mariniersstand staan en straal uit dat ik het condoleancebezoek als beëindigd beschouw. Dan zegt de buurvrouw opeens: “Moet Koos geen afscheid van hem nemen?”

“Koos? Koos is er niet,” lieg ik.

“O, ik dacht dat ik net je vrouw voorbij zag lopen met Koos.”

“Ja, ze gingen weg.”

“Nee, ze kwamen terug.”

“Kwamen ze terug? Hè? Nee hoor, ze zijn weg.”

Ik trek nog wel een verwonderd gezicht, zoals het zou zijn getekend door een slechte striptekenaar.

“Maar Koos moet toch eigenlijk afscheid van Goof nemen.”

“Laten we dat het tere hondenzieltje maar niet aandoen,” zeg ik. Het is een zin die gezien het komisch bedoelde karakter dat ik ook nog eens te dik aanzet, volkomen misplaatst is, maar ik kan niet meer terug.

“De dood van Goof is het ergste wat ik de afgelopen jaren heb meegemaakt, Theodor.”

Ik buig mijn hoofd.

“Sorry… Ik…”

Dan wordt er gebeld.

Het is mijn vrouw met Koos.

Koos doet net of hij Goof niet ziet. Hij snuffelt niet eens. Hij heeft alleen maar oog voor de buurvrouw die hem altijd een hondensnoepje geeft.

“Goof is dood, Koos…,” zegt ze, “je lieve vriendje, en mijn beste kameraadje.”

Ik probeer Koos nog even naar die hond te trekken, maar Koos wil eerst een snoepje – en daarna naar huis.

Voor dieren bestaat magie nog en kan wat dood is weer levend worden.

Koos kwispelt en gaat lief netjes zitten. Kopje schuin. Hij krijgt zijn snoepje en gaat vervolgens naar Goofs etensbak om die leeg te eten.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden