Roos Schlikker Beeld Lin Woldendorp
Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

Voor de vrouw bij het verse graf zal dat nog wel even duren

PlusRoos Schlikker

“Kijk, voor haar is het nog heel erg.” Bij de ingang van Zorg­vlied staat een vrouw met een vermoeid ogende hortensia. Zelf maakt ze een montere indruk. “Deze is voor Jan,” zegt ze. “Ligt hier al jaren. Ik kom elke week. Effe wat brengen. Niet dat hij dat voor mij deed. Jan nam nooit bloemen mee. Maar ja. ’t Is een gewoonte. Ik ben eraan gehecht.”

Ze wijst naar een jonge vrouw die zacht snikkend langs schuifelt richting een vers graf vol kransen. “Zie je nou, ze kan amper ademen. Zo scherp is het allemaal.”

Ik wend mijn blik af van het naakte verdriet en loop verder. Pijn heeft soms stilte nodig.

In de bomen verderop echter blèrt het. Vaak zeggen we over vogels dat ze een orkest vormen, maar dat is onzin. Als tientallen solisten zitten merels, kraaien en halsbandparkieten stuk voor stuk op een tak te schallen. Een symfonie van vrije geluiden. Ik ga eronder zitten.

In mijn ooghoek staat een stel van middelbare leeftijd. Hij heeft een gieter in zijn hand, zij dirigeert waar het water moet ­vallen. Ze wijst heel precies, het lijkt nogal een halszaak. Terwijl het er eigenlijk niet meer toe doet. Of wel? Moeten de plantjes permanent bloeien omdat hier al meer dan genoeg dood is? Verdorde bladeren op een graf, dat is vlek op vlek. Dood op dood. Hoe groener het kerkhof, hoe beter. Misschien is die wens een teken van menselijke veerkracht. We brengen het leven naar de dood.

Terwijl de man de grond bewatert, krommen zijn schouders. Zij gaat op haar tenen staan en legt een hand in zijn nek. Ik ken hun verhaal niet, slechts dat van mij. Hier op het hofje vol draaimolentjes en teddyberen. Er zal nooit mee worden gespeeld. Maar het is fijn dat ze er liggen. Als leven dat zich nestelt bij de dood.

De man bij de teddybeer beweegt plotseling wild zijn hoofd, als een hond die pijn van zich los schudt. De vrouw wijst naar een boom. Een vogel schreeuwt zijn levenslust uit. Alle aarde rond hun voeten is nat. Straks lopen ze weg. De dood in hun rug, hun leven tegemoet. En daarmee ook weer hun dood.

Opeens denk ik aan de eerste uitvaart waar ik was. Mijn oma werd begraven, vlak bij de Maggifabriek. Het rook alsof ze in een bad bouillonblokjes lag.

Ik grijns, want vrij lachen kan ik al lang weer. Voor de vrouw bij het verse graf zal dat nog wel even duren. “Sorry,” zegt ze als ik haar moeizaam passeer omdat ze zich wat al te breed op het kiezelweggetje heeft geposteerd. “Geeft niks,” fluister ik.

Zo schuifelen we langs elkaar, diverse stadia van verdriet. Vreemden, verbonden door verlies.

Alleen de hortensiavrouw praat. Als ik vertrek, roept ze. “Hij ligt er weer mooi bij, hoor!” Vragend kijk ik haar aan. “Jan. Met z’n blommen.” In mijn verbeelding heft de hortensia langzaam zijn kopje op. Ze heeft gelijk. Hij ligt er mooi bij.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden