Roos Schlikker Beeld Lin Woldendorp
Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

Voor de onzichtbare zielen van de nacht

PlusRoos Schlikker

Hij blaast. De wind. Touwen klingelen tegen een mast. De boeg splijt het duister. Ik dobber, dein, draai, golf. Zoals elke nacht. Want elke nacht vaar ik langs de daken.

Het begon op mijn vijfentwintigste. Ik lag in bed, sloot de ogen en plotsklaps zeilde ik door de hemel. Ik zag tongende stelletjes, taxichauffeurs suizend in knorrende beesten, een moeder die schreeuwend haar baby naar buiten perste, de oogjes knipperend in het ziekenhuislicht. Ik maakte geen deel uit van al dat leven, maar het voelde gezellig, Amsterdam dat zich met alle bewoners rond me strekte.

Twintig jaar later bekijk ik de stad nog altijd van boven. Maar waar ik ooit heerlijk dreef op mijn hang naar romantiek, schuurt het nu. Want inmiddels weet ik: niet alleen schoonheid openbaart zich in de avond, maar ook drama.

Wanneer mijn moeder depressief was, viel haar paniekpiek altijd in de nacht. Jarenlang sliep ik met mijn mobiel naast me. De afspraak was dat als het niet meer ging, ze me belde en ik haar zonder vragen richting crisisdienst reed. Want de nacht kende geen taal, geen woorden, geen troost. Duister vrat haar op, angstgolven likten aan haar bootje, het voelde of ze zonk. Pas als de zon met penseelstreken de lucht weer pastel kleurde, kon ze ademen.

Mijn moeder was geen uitzondering. Nachten zijn vaak vijandig voor psychisch kwetsbaren. Maar de crisisdienst zit vol en veel instellingen houden zich aan kantooruren.

“Ik voel me ’s avonds zo onzichtbaar,” vertelde een bipolair meisje ooit na afloop van een lezing. Daisy heette ze. Als ze verdrietig was, ging ze lopen. Door de verlaten Kalverstraat. Langs de Geldersekade. Ze zat eens urenlang met haar armen rond haar knieën op de Dam, tot de politie haar wegstuurde. “Allener word je niet,” zei ze zacht.

Deze week werd na een proefperiode Het Lichthuis geopend, een plek waar kwetsbare Amsterdammers in weekenden tot laat welkom zijn. Marco komt er graag. Ooit was hij dakloos, door hard werken vond hij een woning. “Maar na een jaar kreeg ik eenzaamheid.” Drank en drugs lonkten. Tegenwoordig beent hij liever richting Het Lichthuis. Net als Nicoline die ‘zich kan afsplitsen in personen, nogal ingewikkeld’. Doordeweeks redt ze het, de weekenden zijn vaak ‘killing’. In Het Lichthuis zoekt ze gezelschap. “Dat mensen blij zijn om je te zien… dat vond ik in het begin toch ook wel een beetje verbazingwekkend,” vertelt ze in een voorlichtingsfilm.

Wie denkt dat hulpverlening ingewikkeld moet zijn, vergist zich. Puzzelen, soep eten, luisteren, een spelletje mens-erger-je-niet. Dat biedt Het Lichthuis. Het klinkt zo marginaal. Maar het is de wereld. Want wie ’s nachts in zijn donsbed de stad onder zich aanschouwt, is geneigd ze niet te zien. Marco. Nicoline. Daisy, opgerold als een balletje tegen het oorlogsmonument. Maar ze zijn er wel.

Dus vaar ik tegenwoordig langs de hemel terwijl ik stilletjes naar ze wuif. En intussen hoop ik dat iedereen die het nodig heeft het ziet: dat ene lampje. Een vuurtoren, voor als de zee te donker is.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden