Massih HutakBeeld Artur Krynicki

Voor de arbeidersklasse lijkt geen ruimte meer in de stad

PlusMassih Hutak

In 2002 verscheen het boek The Rise of The Creative Class van de Amerikaanse socioloog en hoogleraar Urban Studies Richard Florida over de opkomst van de creatieve klasse. Techwerkers, kunstenaars, ontwerpers en wetenschappers zouden de steden vernieuwen, niet nieuwe stadions en concertzalen. Burgemeesters wereldwijd, van New York tot Tokio, zochten wanhopig naar manieren om kwetsbare wijken te laten herleven en omarmden zijn filosofie.

Ook in Nederland, met name in Amsterdam, kreeg zijn denkwijze navolging. Het afgelopen decennium verschenen er in bijvoorbeeld Noord, Zuidoost en Nieuw-West meer en meer hubs in voormalige schoolgebouwen, buurttheaters en sportzalen waar de creatieve klasse zijn intrek nam.

Deze voorheen publieke plekken verloren hun oorspronkelijke open functie en transformeerden in enclaves waar creatievelingen, bijna allemaal afkomstig van buiten de betreffende wijken en bijna allemaal hoogopgeleide witte twintigers en dertigers, goedkope kantoren konden huren.

Begrijpelijk, want de prijzen van alle vastgoed, zowel huizen als kantoren, waren tot onbetaalbare hoogten gestegen. Maar de creatieve klasse werd op deze manier onbedoeld de aanjager van gentrificatie en van de groeiende ongelijkheid.

Ze trokken namelijk met hun komst hippe koffietenten, progressieve nachtclubs en een alternatieve kunstscene aan. Samen waardeerden zij de structureel verwaarloosde wijken op, waarna projectontwikkelaars er massaal heen trokken om lucratieve zaken te doen. De grond was er immers spotgoedkoop en de huizen vaak oud en vervallen. Bovendien troffen ontwikkelaars woningcorporaties aan die geen moment twijfelden om sociale huurwoningen te verkopen voor winst.

De grootste gedupeerde van dit beleid is uiteindelijk de arbeidersklasse, waarvoor geen ruimte meer lijkt in de stad. Geen enkele partij op een machtspositie beschermt hun rechten, zelfs niet in ons linkse Amsterdam. Onze gemeenten hebben steden laten verworden tot plekken voor enkel de allerrijksten.

Uiteindelijk benadeelde de creatieve klasse ook zichzelf. Veel kunstenaars kunnen nauwelijks meer in de stad wonen. De meesten houden er naast hun beroepspraktijk een bijbaan op na om rond te komen. Nu we het nieuwe decennium zijn ingegaan, is dus de belangrijkste vraag: hoe richten wij onze steden in?

Om te beginnen moeten we het idee van onvoorwaardelijke groei loslaten en inclusie omarmen. Betrek bewoners bij de inrichting van hun buurten. Ze moeten een betekenisvolle plek krijgen aan de tafels waar de besluiten worden genomen, inclusief inspraak en inzage in plannen en begrotingen. Sterker nog, de tafels moeten opnieuw worden gebouwd, ditmaal door bewoners zelf.

Waar kunnen we beter beginnen met de wederopbouw van onze steden dan in deze creatieve hubs? Breek ze weer open, maak ze weer publiek en geef ze terug aan de mensen die in deze buurten wonen en werken. En laat ons eindelijk weer eigenaar zijn van onze wijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden