Opinie

'Voor Amsterdam gelden de wetten van de multiculturele stad'

Paroollezers reageren op de belofte van burgemeester Halsema dat Amsterdam het boerkaverbod niet zal handhaven.

Beeld ANP

Burgemeester van Amsterdam Femke Halsema beloofde vrijdagavond het boerkaverbod niet te zullen handhaven: "Je kunt ervan op aan dat ik niet zal toestaan dat wij daar in Amsterdam gevolg aan geven. Dat gaan we niet doen."

Staatssecretaris Visser reageerde al door op te merken dat niemand boven de wet staat, ook de burgemeester van Amsterdam niet.

De woorden van Halsema moeten een klap in het gezicht zijn geweest van de landelijke ­politiek in Den Haag. Het verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding mag dan in ­juni door de Eerste Kamer zijn gekomen, voor Amsterdam gelden blijkbaar de wetten van de multiculturele stad.

Feit is dat steden doorgaans met andere omstandigheden te maken hebben dan het land als geheel. Televisieprogramma Tegenlicht was op zondag 28 oktober gewijd aan 'superdiversiteit' in Rotterdam. De traditionele witte volkswijk verdwijnt en elke bevolkingsgroep is inmiddels een minderheid. Dat geldt dus ook voor de autochtone Rotterdammer.

Van de jongeren in Rotterdam heeft 70 procent een migratieachtergrond. Veel van deze jongeren voelen zichzelf in de eerste plaats Rotterdammer, daarna pas Nederlander. De identiteit die deze jongeren ontlenen aan een multiculturele stad als Rotterdam wijkt af van landelijk dominante witte, autochtone Nederlandse cultuur.

Dit heeft gevolgen voor het integratievraagstuk: voelt de niet-dominante groep zich nog wel geroepen om zich aan te passen aan de ­dominante groep, als deze verhoudingen op stedelijk niveau verschuiven?

Volgens Malique Mohamud, die zich als 'stadmaker' inzet om de stad voor de verschillende bevolkingsgroepen toegankelijker te maken, is de nieuwe Rotterdamse cultuur dan leidend.

Net als de weigering van Halsema legde de aflevering van Tegenlicht het verschil bloot tussen de grote steden en het land als geheel wat betreft samenstelling, identiteit en behoeften bloot. Halsema suggereert dat deze wet, die voor Nederland geldt, voor Amsterdam onuitvoerbaar is.

Dit geeft te denken over de politieke auto­nomie van een stad ten opzichte van de natiestaat. Voor de op 24 april 2017 overleden Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber, auteur van het boek If Mayors Ruled the World (2013), was de macht van steden duidelijk: 'Het antwoord op de vraag wat er gebeurt als burgemeesters de wereld besturen is simpel: ze doen het al.'

Het lukt natiestaten niet om samen te werken en wezenlijke problemen aan te pakken zoals armoede, klimaatverandering en een economische crisis. Terwijl de landelijke politiek druk is met ideologieën, zijn steden gericht op het oplossen van problemen.

Barber benadrukte overigens in een interview met NRC in 2013 al het belang van de stedelijke identiteit: "Zelfs in ideologisch of etnisch sterk verdeelde landen ontlenen mensen eensgezind hun identiteit aan de stad waarin ze wonen. In dit land voelt een ­Marokkaan zich misschien geen Nederlander, maar wel Rotterdammer."

Nederlandse steden ontberen vooralsnog grotendeels de macht om zelfstandig beleid in te richten. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Amerikaanse steden, waar de gekozen burgemeester een presidentiële invloed geniet.

De invloed van Nederlandse gemeenten groeit de komende jaren echter met het over­nemen van verantwoordelijkheden op het gebied van de zorg, werk, inkomen en de energietransitie. Met een toenemend multiculturele samenleving, steeds specifiekere behoeften en een steeds meer internationaal gerichte blik zal het verlangen van steden naar meer autonomie alleen nog maar toenemen.

Maurits Bongenaar, stadsgeograaf en consultant voor stedelijke vraagstukken

Burgemeester Halsema gaf afgelopen vrijdag aan dat het boerkaverbod in Amsterdam niet zal worden gehandhaafd.

Haar afwijzende houding vindt steun in een uitspraak die het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties dit jaar op 17 oktober deed over het Franse verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding, een verbod dat sterk lijkt op het Nederlandse.

Volgens het comité is de Franse maatregel in strijd met het Internationaal Verdrag inzake burger- en politieke rechten vanwege schending van het gelijkheidsbeginsel en de godsdienstvrijheid.

Het comité gaf aan dat de Franse wet weliswaar een algemeen verbod op gezichtsbedekkende kleding bevat, maar vanwege de vele uitzonderingen in wezen neerkomt op een verbod op het dragen van de boerka en de nikab. Aangezien het dragen van de boerka voor ­sommige moslimvrouwen een onderdeel is van hun geloofsuitoefening, wordt de godsdienstvrijheid op deze manier beperkt.

De rechtvaardigingen die door Frankrijk voor het verbod waren aangevoerd, namelijk de bescherming van de openbare veiligheid en het verzekeren van onderling vertrouwen in een open samenleving, werden door het comité te mager gevonden.

De Nederlandse 'Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding', die gezichtsbedekkende kleding verbiedt in het onderwijs, het openbaar vervoer, overheidsgebouwen en de zorg, lijkt sterk op de Franse. Ook de Nederlandse regeling bevat zo veel uitzonderingen dat het in feite gaat om een verbod op de boerka en de nikab, waardoor sprake is van indirecte discriminatie.

En zij levert een beperking op van de godsdienstvrijheid van vrouwen die de boerka als onderdeel van de uitoefening van hun geloof beschouwen. Daar waar de Nederlandse regeling van de Franse verschilt is zij nog kwetsbaarder. Als rechtvaardiging worden de bescherming van de veiligheid in de openbare ruimte en de noodzaak om personen te kunnen identificeren genoemd.

Dat laatste kan ook door hen bij een controle te vragen de boerka even af te doen, daar is geen algemeen verbod voor nodig.

Voorstanders van het boerkaverbod zullen zich misschien troosten met de gedachte dat het hier ging om een zaak tegen Frankrijk die Nederland niet bindt. Daarmee strooien ze zichzelf zand in de ogen.

Het Mensenrechtencomité was vrijwel eensgezind in zijn afwijzende oordeel over de Franse wet. Bovendien stapte het gemakkelijk heen over twee serieuze Franse bezwaren tegen de ontvankelijkheid, waaruit blijkt dat het comité erop was gebrand om hierover een uitspraak te doen. Zodra het Nederlandse boerkaverbod voor het comité zal worden gebracht, zal het ongetwijfeld sneuvelen.

Nederland ging eerder vaak tot aanpassing van de wet over als een internationaal mensenrechtenorgaan kritisch was over een vergelijkbare constructie in een ander land. Ook in dit geval zou het verstandig zijn om niet af te wachten tot Nederland zelf aan de beurt is.

Daarnaast vond de wetgever het zeer belangrijk dat de wet zou voldoen aan de mensenrechten en daarom werd daarop tijdens het wetgevingsproces een toets uitgevoerd, die een positief resultaat liet zien. Nu die toets in de praktijk negatief blijkt uit te vallen, is een belangrijke pijler onder de wet weggeslagen.

Als de grootste stad van het land het boerkaverbod niet zal handhaven en de wetgeving bij het Mensenrechtencomité zal sneuvelen, is het verstandig om daaraan niet vast te houden.

Gelukkig is het relatief eenvoudig om van het boerkaverbod af te komen. Het is namelijk weliswaar door Tweede en Eerste Kamer aanvaard, maar zal pas in werking treden als de regering er bij Koninklijk Besluit toe over gaat. Het zou daarom het beste zijn als de regering in overleg met beide Kamers wegens voortschrijdend inzicht afziet van inwerkingtreding van het boerkaverbod.

Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

Tom Zwart, Hoogleraar crosscultureel recht aan de Universiteit Utrecht.

Onze burgemeester Halsema noemde het boerkaverbod on-Amsterdams, en stelde net als haar collega's uit Utrecht en Rotterdam dat handhaven van dat verbod geen prioriteit heeft. Heel rechts Nederland viel over haar heen; Haagse zedenmeesters Rutte en Buma voorop.

Ook in Het Parool worden Halsema beginnersfouten en fout links activisme verweten. Maar wacht! Het boerkaverbod betreft maximaal een vijfhondertal Amsterdamse vrouwen, die volgens die wetgeving geen boerka mogen dragen; door Rutte en Buma indertijd aan Geert Wilders beloofd om zijn steun aan hun minderheidskabinet te waarborgen.

In de tussentijd hebben Rutte en Buma niets verbeterd om Amsterdam ook werkelijk al hun Haagse wetten uit te laten voeren. Integendeel. Meer wetten, maar minder mensen en minder salaris om die wetten uit te voeren en te handhaven.

Amsterdam heeft omgerekend naar inwonertal evenveel politie als Weert, Etten-Leur en Meppel. Wat is nu volksverlakkerij? Een burgemeerster die zegt wat er werkelijk aan de hand is (naar rato evenveel politie als Weert et cetera, maar wel jaarlijks 18 miljoen toeristen extra), of twee Haagse zedenpredikers die 'law and order' roepen, maar zelf alles eraan doen om de uitvoering daarvan te frustreren?

Zij besteden liever twee miljard aan Unilever en Shell dan aan politie en justitie. Rutte en Buma zijn praatjesmakers, en ze willen vooral makkelijk scoren. Onze burgemeester had beter niet het woord on-Amsterdams kunnen gebruiken, maar voor de rest heeft ze volledig gelijk.

Jan Anton Brouwer, Amsterdam

De geloofwaardigheid van de Haagse politiek staat vaak ter ­discussie en ver van de dagelijkse (Amsterdamse) realiteit. Aandachtsvragen, scoren voor de pers, meestal gespeelde verontwaardiging met ­grote woorden.

Heerlijk dat in Amsterdam de burgemeester zegt dat we onze eigen ­prioriteiten stellen. We laten toch geen misdadigers lopen, als in Den Haag symboolpolitiek wordt bedreven. Die vrouwen helpen we met andere zorgprogramma's, maar
niet met de politie.

Wouter Barends, Amsterdam

Amsterdams of niet, maar hoe heeft de wetgever en voorstanders van het boerkavebod in bijvoorbeeld het openbaar vervoer zich de handhaving voorgesteld?

Bij constatering van een boerka in de tram een politieauto voor en achter de tram, en dan met een arrestatieteam naar binnen?

Edwin Damstra, Amsterdam

Tot mijn verbazing hoorde ik mevrouw Halsema beweren dat ze het besluit uit Den Haag zal negeren om de nikab te verbieden in de openbare ruimten.

Ik heb niets tegen lichaamsbedekking in welke vorm dan ook. Moet iedereen voor zichzelf weten. Maar een bedekt gezicht kan ik niet waarderen.

Hoe onprettig is het voor de een en hoe onbeleefd van de ander, om iemand niet in het gezicht te kunnen kijken. Bedek alles wat je wil, maar laat je gezicht vrij, zodat de ander weet met wie hij/zij van doen heeft.

Ik kan me niet voorstellen dat mevrouw Halsema het prettig vindt om te praten met iemand die ze niet kan zien/aankijken. Stel je eens een gemeenteraadsvergadering voor met alleen maar gemeenteraadsleden die een nikab dragen.

Ik ben benieuwd naar de volgende verrassende besluiten van onze nieuwe burgemeester.

Paola Stempels-Janvier

Schokkend, een burgemeester die zegt dat ze de wet niet wil uitvoeren. Misschien een beginnersfout, maar dat is verder niet relevant. Halsema staat niet boven de wet en heeft de wet gewoon uit te voeren. Nederland is geen dictatuur en Amsterdam al zeker niet.

Ongeacht hoe je denkt over een boerkaverbod, Halsema heeft zich aan de wet te houden. Het is heel eenvoudig: de wet uitvoeren, of anders heel snel aftreden.

Tom Heijnen, Amsterdam

Lees ook: Boerkaverbod ook geen prioriteit in Rotterdam en Utrecht

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden