Femke van der LaanBeeld Agata Nowicka

Volwassen kinderen hebben altijd maar haast

PlusFemke van der Laan

“Ga jij anders maar eerst.” Ik kom net aan bij de afvalcontainer met onder mijn arm stukken karton. Ik heb thuis, in de gang, een doos in stukken gescheurd. Klein genoeg om in de container te kunnen stoppen. De vrouw die mij voor wil laten, heeft een doos in het mandje van haar rollator staan. Smal, maar wel erg lang. Die gaat zo niet passen.

“Jij hebt vast haast.” Ze beweegt haar bovenlichaam een beetje naar links, de straat in, alsof ik, zodra mijn stukken karton in het donker naar beneden zijn gevallen, die kant op zal rennen.

Ik heb geen haast.

Ik heb een hekel aan kartonnen dozen in stukken scheuren.

“Ik heb geen haast.”

Ik doe de container open, leg de stukken erin en sluit de klep. Heel zachtjes hoor ik het karton naar beneden schuiven.

De vrouw tilt haar doos uit het mandje. Even vraag ik me af of ik het ook nog eens zelf moet aanbieden, maar dan vraagt ze: “Wil jij het even doen?”

Ik neem de doos van haar over. Terwijl ik scheur, praat zij. Over hard karton, over minder sterke vingers, over thuishulp twee ochtenden per week. En geen kinderen natuurlijk.

Ik kijk naar de vrouw. Het woordje natuurlijk past niet bij haar ogen, bij hoe ze kijkt. Het doet me denken aan mevrouw Tuyl. Mevrouw Tuyl gaf godsdienstles, lang geleden. Een uurtje per week, op dinsdagochtend, aan een klas vol tien- en elfjarigen. Ze had altijd een flanelbord bij zich. En viltfiguren. Terwijl ze haar verhalen vertelde, plakte ze de plaatjes op het bord. Herders. Een grot met een grote steen. Een groepje vrouwen. Een koning. We zaten op een openbare school. Elke week was er wel iemand die aan het einde van haar verhaal riep dat we hier lekker toch niet in geloofden.

Toen ze een keer een biezen mandje ophing, vroeg iemand haar of ze zelf kinderen had. Haar blik leek op die van de vrouw bij de container. Ik had daarna alleen nog maar naar het mandje gekeken en gehoopt dat we misschien een soort troost voor haar waren. Omgekeerde troost. Dat het ‘Hier geloven we lekker toch niet in!’ haar liet zien dat kinderen heus niet zo leuk waren. Dat je ons beter niet kon hebben.

Ik kijk naar het mandje op de rollator. Misschien had ik beter kunnen zeggen dat ik haast had. Als omgekeerde troost. Volwassen kinderen hebben altijd maar haast. Je kunt ze beter niet hebben.

Ik scheur door. De vrouw praat verder. Over de mist, over pakketbezorgers.

Als ik klaar ben, ga ik er snel vandoor. Naar links. Nog net niet rennend.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden