Plus Roos Schlikker

Volgens buienradar kan het wél

Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

Er stond een bedremmelde vrouw in de deuropening.

“Jullie zijn hier toch niet… voor ons?” De kerel was het type man dat haar op andere dagen deed blozen vanwege zijn outfit. In zijn blik lag de wil om in noodgevallen het juiste te doen. Hij overzag de situatie. En knikte. “Godallemachtig,” stamelde de vrouw. “Er is hier iets enorm misgegaan.”

Toen mijn echtgenoot een uurtje daarvoor riep: “We gaan barbecueën,” had ik hem fronsend aangekeken. De lucht was betongrijs. Maar mijn man is een Canadees en die zijn stapelgek op fikkies. Zet hem voor een open haard en hij straalt als een peuter in een plakkerige ballenbak. Een kampvuur is de hemel, bij opgloeiende kooltjes vreugdedanst hij. You can’t start a fire without a spark schreef Bruce Springsteen. Mijn man zoekt dat vonkje permanent.

“Volgens Buienradar blijft het droog,” riep hij opgewekt, waarna hij de aanmaakblokjes pakte. Even later raasde een zondvloed over het terras. Mijn Canadees snelde naar binnen. Even vermoedde ik om de worstjes verstandig in een koekenpan te mikken, maar hij trok zijn doorweekte broek uit en rende weer naar buiten, terwijl slagregens de tomatenplanten vernielden.

Het geheim van een goed huwelijk is weten wanneer je je klep moet houden, dus ging ik een wasje draaien. Toen ik weer boven kwam, stond de huiskamer blauw. Mijn man paart koppigheid aan een overdosis doorzettingsvermogen, wat ik doorgaans diep bewonder maar waar ik nu van ging zuchten. “Schat.” Hij gromde. “Ik kan wél barbecueën.”

Het geheim van een goed huwelijk is óók weten wanneer je je klep moet opentrekken, maar het was te laat. Ik kon slechts schelden, zeker toen de rookmelder afging en ik het kreng pas na veel moeite stil kreeg.

“We gaan eten!” riep mijn echtgenoot. In de verte klonken sirenes. Ik staarde hem aan. “Nee joh, die moeten ergens anders zijn,” zei hij. Een tel later stond ik opnieuw de rookmelder uit te hengsten, parkeerden vier brandweerwagens voor de deur, rende onze oudste naar buiten om te roepen dat alles door zijn vader kwam die het avondeten bereidde, poogde de Canadees halfnaakt de worsten te redden want anders was het zonde en schreeuwde ik: “Naar beneden! Die brandweer! Jij lost ’t op! EN TREK EEN BROEK AAN!”

Er stond een bedremmelde vrouw in de deuropening. Ze bloosde. Niet vanwege uniformfetisjisme, maar door diepe dankbaarheid. Je las vaak over brandweerkorpsproblemen. Machocultuur. Ruwe bolsters. Strubbelingen met de leiding. Maar deze mannen rukten uit na slechts één telefoontje van een buurman die rook zag. Een spuitgast klopte vriendelijk op de schouder van haar echtgenoot die nog wat nasmeulde: “Volgens Buienradar bleef het droog.”

“Wat erg,” fluisterde de vrouw. “Welnee, gebeurt dagelijks,” zei de commandant. “Maar door onze schuld zijn jullie hier. Helemaal voor niets.” Hij glimlachte. “Wees blij dat het voor niets is,” zei hij.

De vrouw liep naar binnen en bestelde een enorme aardbeientaart voor de kazerne. Een schaamrode.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool. Reageren? r.schlikker@parool.nl

Lees ook:

- Ze zwijgen, ze drinken, ze kijken

- Achtung! Wie is hier nou de viespeuk?

- Eindelijk van het paard gestapt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden