null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Voicemailbericht van mijn moeder: ‘Je vader heeft een morfinespuit gehad’

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Een voicemailbericht. Van mijn moeder.

“Zoon, bel mij even terug. Doeg.”

Bange voorgevoelens.

Ik belde terug.

“Wat is er aan de hand?” vroeg ik eerst nog. Neutraal. Niet meteen naar het ergste vragen.

“Je vader heeft een morfinespuit gehad.”

“Ja?”

“En nu moet hij langzaam gaan slapen.”

“En wat wil dat zeggen?”

“Dan gaat hij dood.”

”Dan gaat hij dood?”

“Ja.”

“Maar hij zat weer in zijn stoel van de week?”

“Ja, maar hij kan niet meer.”

“Hoe dan?”

“Hij zat vanochtend op de rand van zijn bed en het ging allemaal niet meer. Hij heeft net een gesprek met de dokter gehad, en die zag het ook.”

Ik zag hem zitten, mijn broze vader. In zijn blauwe pyjama. Ik zag hem opeens voor me in verschillende pyjama’s. Allemaal blauw.

Zijn blote voeten op het zeil. Zijn hangende hoofd.

“Dat klinkt niet goed,” zei ik. Nog steeds hoopvol gestemd.

“Nee, dat klinkt helemaal niet goed,” zei mijn moeder.

Mijn altijd nuchtere en realistische moeder. Maar ik hoorde toch een paar scheurtjes in haar spreken.

“De dokter zei dat het goed was, dat hij begreep dat je vader niet meer wilde.”

Ik kon even niets meer zeggen.

“Hij zei ook dat ik jullie moest bellen. Dus ik heb je broers ook gebeld.”

“Maar dat zei hij de vorige keer ook, dat je ons moest bellen. Toen hij beneden in de woonkamer in bed moest gaan liggen. Met die brandweermannen die hem naar beneden hielpen.”

“En één vrouw,” zei mijn moeder.

“Hè?”

“Er zat één brandweervrouw bij.”

Aan de andere kant van het land schudde ik een paar keer met mijn hoofd.

“En toen kwam hij er ook weer bovenop,” zei ik.

In de Achterhoek bleef het even stil.

“Maar nu is het ingezet,” zei mijn moeder. “En dat blijft ook zo.”

“Hij komt er niet weer bovenop?”

“Nee.”

“Echt niet?”

“Het is nu zeker, dan weet je dat.”

“Hoe lang heeft hij nog?” vroeg ik.

“Dat weten we niet,” zei mijn moeder. En nu hoorde ik een oude, oude stem.

“We komen er nu aan,” zei ik.

Ik voelde dat ze wilde gaan zeggen dat het niet hoefde, dat het zo’n vaart niet zou lopen, dat we toch werk te doen hadden, dat we niet zomaar…

“Nu,” zei ik. “Tot straks.”

“Oké, zoon,” zei ze.

Ik belde M.

Ze kwam van haar werk om me met de auto op te halen.

Ik ging snel douchen, en spoot daarna een paar wolkjes Fahrenheit op.

Ik wilde lekker ruiken voor mijn vader.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden