Erik Jan Harmens. Beeld Artur Krynicki
Erik Jan Harmens.Beeld Artur Krynicki

Voelt goed, dat wacht houden over mensen die binnen moeten zijn

PlusErik Jan Harmens

Wegens de avondklok is het in de polder rondom het dorp waar ik woon vooral ’s middags aansluiten geblazen. Als zombies uit de tv-serie The Walking Dead schuifelen recreanten over de paden. Houdt iemand halt dan doen de mensen erachter dat ook, vanwege de 1,5 meter. Er ontstaat een file en de persoon vooraan die verantwoordelijk is voor het oponthoud heeft het vaak niet eens door. Die is druk met een story toevoegen aan z’n Instagram. Onderschrift: ‘Lekker aan het wandelen door de polder.’

Mijn hond Nina houdt enorm van mensen, vooral wanneer ze niet in de buurt zijn. Onze dagelijkse lange wandeling maken we derhalve na negenen, dan zijn de straten verlaten. In overtreding zijn we niet, op rijksoverheid.nl staat: ‘U mag de hond aangelijnd uitlaten. Dit doet u in uw eentje.’ Nergens staat hoe lang je avondwandeling maximaal mag duren, soms ben ik wel anderhalf uur zoet. Normaal heb ik mijn oortjes in, maar nu luister ik niet naar muziek of podcasts. Alleen maar naar het suizen van de vrachtwagens over de ringweg, het geblaas van de katten die de straten hebben overgenomen en de politiehelikopter die overvliegt. Het wentelwieken klinkt orwelliaans: het volk wordt in de smiezen gehouden.

Ik ga vaak naar buiten op mijn kistjes en in cargobroek en bomberjack. Dat draagt allemaal bij aan mijn fantasie dat ik geen schrijver ben, maar een commando. Onvervaard hou ik samen met Nina de straten veilig van mijn dorp en het aangrenzende Amsterdam-Noord. Het voelt goed om de wacht te houden over de mensen die allemaal verplicht binnen zijn. Zij weten niet dat ik hier loop, maar ik voel me meer met ze verbonden dan ooit.

Een lege bus stopt bij een halte en blijft daar wachten om niet voor op schema te lopen. Er stapt niemand in, maar de mogelijkheid is er altijd, zoals ik veertig jaar geleden toen mijn vader ons verliet dagenlang met mijn neus tegen het slaapkamerraam gedrukt heb gestaan, tevergeefs wachtend op zijn terugkeer. In de condens die ontstond tekende ik een hartje, bedoeld voor niemand in het bijzonder.

Voor de rijtjeswoningen in mijn dorp staan busjes geparkeerd van klus- en loodgietersbedrijven. De bestuurders liggen al op één oor, want ze staan straks voor dag en dauw op om iets te gaan galvaniseren, frezen of poedercoaten. Allemaal vaardigheden die ik niet beheers en nooit zal beheersen. Er is een busje van een specialist in plaagdierbestrijding en een van de Springkussenstunter. Die laatste zal in de 1,5 metersamenleving moeite hebben om het hoofd boven water te houden. De ongedierteverdelger heeft misschien wel meer werk dan ooit, want de tijd waarin we leven heeft duidelijk gemaakt dat het in Nederland ook buiten de riolen stikt van de ratten.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden