PlusColumn

Vluchtige seks naast de ijsvogelwand

Patrick Meershoek.Beeld Maarten Steenvoort

Die paar warme dagen in februa­ri hebben in de ­natuur een hartstocht doen ontbranden die normaal nog weken in een doos in de berging ligt te suffen, ergens tussen de kerstboom en de kampeerspullen. Vooruit, trommelen de dierlijke driften op tamelijk dwingende toon, vooruit met de geit, er is werk aan de winkel.

Ook bij de drie ijsvogelwanden in het Diemerpark is de eerste activiteit inmiddels waargenomen. De vogelaars die de wanden in deze periode extra goed in de gaten houden, hebben al een paar keer een exemplaar in de buurt van de wanden op een tak zien zitten wachten op een geschikte partner om kleine ijsvogeltjes mee te maken.

Voor dit jaar hebben de ijs­vogels extra huiswerk meegekregen. De populatie in de stad heeft vorig jaar een enorme opdonder gekregen als gevolg van de strenge vorst in maart. De schatting is dat slechts één op de tien dieren de kou heeft overleefd, reden voor de stadsecoloog om te spreken van een rampjaar. Treurige bijkomstigheid: alle broedplekken in het Diemerpark bleven de rest van het jaar leeg.

De ijsvogels die nu op IJburg zijn neergestreken, zijn waarschijnlijk afkomstig uit de nabijgelegen Diemer Vijfhoek, het natuurgebied naast de Nuon-centrale. Het vermoeden bestaat dat het geloosde warme water van de centrale de jonge vogels vorig jaar door de vorstperiode heeft geholpen - op de valreep toch nog een klein groen wapenfeit van het gasgestookte kreng.

Het is nu aan de overlevers van de horrorwinter om de uitgedunde populatie nieuw leven in te blazen. Dat kun je met een gerust hart aan de ijsvogels over­laten. Als de omstandigheden gunstig zijn, zorgen ze voor drie, soms wel vier broedsels per jaar, met doorgaans wel zeven eieren per nest. Een paar broedende paartjes kunnen de grafiek dus al de goede kant op buigen.

Daarvoor is wel een klik nodig, en die komt niet vanzelf. De liefde van de ijsvogelvrouw gaat ­namelijk door de maag. Het is aan de man om een lekker visje te presenteren, het spartelende bewijs dat hij geen flierefluiter is, maar serieuze plannen heeft met de gezinsvorming. Als het vrouwtje toehapt, kan er ook seksueel zaken worden gedaan.

Van dat laatste moeten we ons overigens niet te veel voorstellen. In de tijd die Al Green nodig heeft om de eerste regel van Let's stay together te zingen, heeft het mannetje zijn partner bevrucht. Doorgaans gebeurt dat ook nog eens terwijl de vrouw net aan het eten is, nog een overtuigend ­bewijs dat onder de veren van de kleine ijsvogel geen groot ­romanticus verstopt zit.

Daar ligt het leven niet wakker van. Het leven wil worden doorgegeven, en of dat nu gebeurt na een dagenlange balts of even snel tijdens de maaltijd, dat zal het leven worst zijn. En mij ook, eerlijk gezegd. Hopelijk leveren al die vluchtige contacten bij de ijsvogelwand weer tientallen exemplaren op van een prachtige vogel. Welkom in Amsterdam, jongens en meisjes, en wees voorzichtig.

Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden