Plus

Vloekend van de stress broodjes smeren

Pepijn Lanen. Beeld Corné van der Stelt

Het regent maar I like it. Ik lig toch in bed. De druppels druppelen een natuurlijk ritme op het puntdak waar we onder slapen. Mijn zoontje, die eerder niet in slaap te krijgen was, ligt tussen ons in, ver weg in een diepe slaap. Overdag regende het ook al en toen was het ook oké.

Van die regen tussen de zonneschijn door is stiekem my fav. Het prezomerseizoen. Sommigen noemen het lente, maar daar doen ze het wat mij betreft tekort mee.

Het was vandaag het soort weer waar je het vroeger mee getroffen had als dit het weer was als je naar een pretpark ging. Je nam eerst een bus naar het station en dan een heel eind de trein en dan vanaf daar nog een bus en dan stapte je niet uit bij het Land van Ooit, want dat deed niemand, maar wel bij het echte pretpark.

Je vader, of mijn vader in dit geval, had dan scheldend van de stress allemaal brood gesmeerd voor jou en je twee zussen en je broer en het was er dan wel druk maar helemaal niet zo heel druk en je kon naar hartenlust in alle attracties omdat er dus door de regen een stuk minder volk op af was gekomen die dag dan wanneer de zon had geschenen.

Misschien ging je wel twee keer achter elkaar in de achtbaan, was het zo'n dag. Op een gegeven moment kregen jij en je zus allebei nog vijf gulden zakgeld van je broer en was het pretpark helemaal te klein en kon je je geluk niet op.

Ergens na de lunch begon het nog wel een keer goed te hozen en moesten jullie schuilen onder een prieel ergens in het sprookjesbos waar het allemaal mee begonnen was, zoals jullie moeder, of mijn moeder in dit geval, vaak placht te vertellen. Terwijl je oudste zus vaststelde wat een shitweer het was aten jij en je andere zus met capuchons op een van de geplette broodjes, door je vader pragmatisch als hij is, na grof gesmeerd te zijn weer terug gedaan in de zak waarin ze oorspronkelijk de supermarkt hadden verlaten.

Het kon je niet gek genoeg en je ging ook nog in dat ene schip dat steeds hoger gaat, maar je durfde toch niet zo goed helemaal achterin te gaan zitten, maar je broer wel. Daarna dronk hij een biertje met een rietje en op dat moment begreep je niet helemaal waarom dat ertoe deed.

Aan het einde van de dag konden je voeten niet meer van al het op de been zijn en van hot naar her lopen, maar toch nog een keer naar de achtbaan. Die laatste keer was je nergens meer bang voor. Vlak voor de uitgang toch nog die saaie attractie met al die landen en nationaliteiten die tegenwoordig vast niet meer door de beugel kan.Ik hoop dat er in de toekomst nog vele regenachtige dagen precies als deze zijn. Ik kan niet wachten om straks zelf vloekend van de stress broodjes te mogen smeren.

Pepijn Lanen (1982), ook bekend als Faberyayo, is rapper, schrijver en tekstschrijver van onder meer De Jeugd van Tegenwoordig en LeLe. Elke zaterdag schrijft hij een column voor Het Parool. In het archief lees je ze allemaal terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden