Column Artikel Roze Beeld Artur Krynicki
Column Artikel RozeBeeld Artur Krynicki

Vlak voor ik wakker schrok, na­hijgend, zag ik de gezichten

PlusFemke van der Laan

Ik weet het eigenlijk al. Het is nacht, ergens in het midden ervan, en net schrok ik wakker, omdat ik verdronk. Mijn voeten zijn koud, mijn hoofd is warm. Ik steek mijn hand uit, op zoek naar mijn telefoon, op zoek naar wat ik eigenlijk al weet.

Ik wist het al toen ik naar boven liep, naar de kast, naar het mandje waarin ik mijn sokken bewaar. Ik pakte de warmste, de wollen, van onderop, en in plaats van dat ik mijn dunne sokken uitdeed, trok ik de dikke eroverheen. Daarna bleef ik zitten, op de grond, en keek in de spiegel, naar mijn borst, naar waar ik mijn longen voelde, alsof ik door mijn huid zou kunnen kijken en ze achter mijn ribben zou kunnen zien zitten, door het vlies heen, roze, nog nahijgend van de trap. Toen wist ik het eigenlijk al.

Later wist ik het ook. Toen de oudste naast me stond en haar wenkbrauwen niet langer boogjes waren, maar strepen. Ik denk dat ze mijn sokken zag. Roze. Ze zei niets, ze liet me, maar even later, op mijn andere zij, met een ander paar sokken, vroeg ze waar mijn wachtwoorden zijn, voor wat-als, voor stel-nou-dat. Ik dacht aan de vorige keer, de laatste keer, aan lang geleden, aan hoe ze zich toen nergens iets van aantrok, omdat dat nog niet hoefde, en daarna voelde ik mijn lichaam weer, voelde ik hoe ik het uit wilde trekken, als een paar dunne sokken. Ik draaide naar mijn andere zij. Toen wist ik het eigenlijk al.

’s Nachts wist ik het zeker. Als ik sliep en verdronk. Sliep en verdronk. Sliep en verdronk. Ik viel van grote hoogte in het water, zo diep dat ik niet meer bovenkwam. Zo diep dat ik het gewicht van het water voelde, hoe het drukte op mijn borst. Of ik raakte te water, met een auto, als ­passagier of erger nog, als bestuurder. ­Telkens, vlak voor ik wakker schrok, na­hijgend, mijn roze longen en ik, zag ik de gezichten van de mensen die ik meenam naar beneden, de diepte in. Alle wenkbrauwen waren strepen. Toen wist ik het eigenlijk al.

Mijn hand vindt mijn telefoon. Het scherm licht op. In de schemer zie ik mijn sokken liggen, op de grond naast het bed. Mijn duim leidt me naar wat ik al weet. Dikgedrukt. Positief. Ik laat mijn telefoon aan, gebruik het licht om mijn sokken te pakken. Met strepen. Onder de deken trek ik ze aan. Even later verdrink ik met warme voeten.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden