PlusColumn

Vind jij het ook zo eng om over de rand te kijken?

Pepijn LanenBeeld Corné van der Stelt

We nemen de metro naar het zuiden van Brooklyn. Na het park rijdt die in een soort geul in plaats van echt onder de grond, waardoor ik niet in een totale paniek schiet elke keer dat hij even stopt omdat het druk op het spoor is.

Aan de ene kant kijken huizen van boven naar beneden op het spoor. Op de andere kant groeit klimop, afgebladderde verf en graffiti. Het doet me denken aan de metro die je in Berlijn neemt als je vanaf Mitte richting het oude vliegveld gaat.

Naast ons zit iemand met zijn trui omhoog, vermoedelijk zodat zijn buik kan ademen, zenuwachtig sudoku's in te vullen in een sudokuboek.

We stappen uit in Midwood. De huizen zijn laag en het wemelt van de chassidische joden en de Walgreens heeft een Hebreeuwse slogan op de pui. De rolluiken zijn een stukje naar beneden en er staat geen gigantische rij.

De naam is door de jaren en de elementen vervaagd, dus we lopen er bijna voorbij. Maar dit is het en we gaan naar binnen. Het oude mannetje staat voorovergebogen met zijn rug naar het publiek toe deeg te kneden, saus te smeren en kaas te strooien alsof er niet allemaal zelfgeïnformeerde pizzagieren naar zijn achterzijde aan het staren zijn.

De enige andere werknemer, degene die de orders opneemt, is een stuk jonger, maar lijkt door zijn identieke voorovergebogen houding en grijze haren, waarschijnlijk van het eindeloze gedoe van de pizzagieren, minstens even oud als het echte oude-oude mannetje.

Ik kan het menu niet goed lezen en ineens zijn we aan de beurt. In de heat of the moment bestel ik een slice plain en een met meatballs en dan begint het wachten. Een half uur zegt het mannetje, maar al vrij snel verandert het in een heel uur bij mensen die na ons bestellen.

Er is geen toilet en ik moet natuurlijk wel plassen. Op de muur hangt een briefje waarin staat dat het ze spijt dat ze geen toilet hebben maar dat het ze niet spijt. De ­pizza komt in drie stukken en is echt heel lekker. De metro terug gaat vandaag niet, dus we nemen de metro nog verder heen.

De huizen worden vrijstaand en oud en creepy terwijl we richting Coney Island kruipen. Een Russisch omaatje geeft me de evil eye.

"Vind jij het ook zo eng om over de rand te kijken?" vraagt Zoë, en ze kijkt nog een keer over de rand. Daar moet ik even over nadenken.

"Het vriest in Amsterdam."

Pepijn Lanen (1982), ook bekend als Faberyayo, is rapper, schrijver en tekstschrijver van onder meer De Jeugd van Tegenwoordig en LeLe. Elke zaterdag schrijft hij een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden