Column

Vijf bevrijde mannenvingers in vijf bevrijde mannenvingers

Beeld Agata Nowicka

Het beste vriendje van mijn zoon speelt bij ons. Ik heb een speciale lunch voor de jongens gemaakt. Een piratenschip van vissticks en knakworsten. Een klein stukje gele paprika speelt de rol van papegaai. Tijdens het eten valt het me op dat mijn zoon zijn vriendje regelmatig kusjes geeft.

Mierzoete kleuterkusjes. Op de wangen. In de nek. Het zijn verzorgende kusjes. Mijn zoon is ­gewoon blij dat zijn vriendje bij hem speelt.

"Vind je het erg dat hij je kust?" vraag ik zijn vriendje. "Nee, hoor. Want we zijn toch vriendjes?"

Ze springen van de kinderstoelen af en stormen in de richting van de kratten Lego die naast de boekenkast staan. Ik kijk naar het piratenschip en hoor in de verte de kusjes van mijn zoon landen. Als hij dit over tien jaar doet, zal hij op school gepest worden.

En als hij dit over twintig jaar doet, bestaat de kans dat hij in elkaar wordt getrapt in een steegje naast een plein waar twee ME-busjes op staan.

Mijn zoon en zijn vriendje bouwen een kasteel. Ze bouwen de muren hoger dan de torens. "Dat is voor als de draken komen," zegt mijn zoon.

Ik lees de Volkskrant aan de keukentafel. Op de voorpagina staat: 'Homo-ontmoetingsplek doorn in oog gemeenten'. In het stuk staat onder andere dat tien ­gemeenten de bosjes op bepaalde plekken gaan kappen, zodat mannen niet meer intiem kunnen zijn in de bosjes.

Het gaat hier dus om mannen die het zo moeilijk hebben met dat wat ze zijn, dat ze zich alleen maar vrij kunnen voelen als ze zichzelf in bosjes verstoppen. Ze kunnen alleen maar de liefde bedrijven op plekken waar de liefde eigenlijk niet thuishoort.

En wat willen de gemeenten doen? Ze willen de bosjes kappen. Die bosjes zijn couveuses. In die bosjes kunnen de mannen aansterken. Zichzelf zoeken. Zichzelf vinden. En op een dag stappen ze uit die bosjes, lopen ze naar de naastgelegen snelweg en schreeuwen ze tegen het langsrazende verkeer dat ze op mannen vallen. Op die dag voelen ze zich sterk genoeg om de cocon stuk te scheuren en de wereld hun vleugels te laten zien.

Een paar dagen later lopen ze door de stad. Vleugel in vleugel. Hand in hand. Vijf bevrijde mannenvingers in vijf bevrijde mannenvingers. In een steegje worden ze opgewacht door zestig gefrustreerde mannenvingers. De tanden vliegen door de lucht en landen op straat. De tanden kijken omhoog. Ze missen de bosjes. Want de bosjes veroordeelden niet.

De mannen komen op het nieuws. Op Facebook en Twitter krijgen ze veel steunbetuigingen van mensen die de blauwe plekken van de mannen willen gebruiken om van Nederland een zo blank mogelijk land te ­maken.

Ze stappen in de auto en rijden naar de plek waar ze ­elkaar ooit ontmoetten. In de bosjes langs de snelweg hoeven ze hun hart niet in te houden. Ze rijden de parkeerplaats op en zien dat de bosjes inmiddels hoger dan de bomen zijn gegroeid.

Ze gaan in het bosje staan en pakken elkaars hand vast. Drie uur lang houden ze ­elkaars hand vast.

Net nadat de zon is ondergegaan, vragen ze aan het bosje waarom het zo hoog is gegroeid. "Dat is voor als de draken komen," zegt het bosje verdrietig.

Lees ook: Deze mannen lopen allemaal #handinhand

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden