Max Pam en Paul Brill Beeld Artur Krynicki

Vijanden veranderen in vrienden als je ze nodig hebt

Plus Max Pam en Paul Brill

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: de vijand van mijn vijand. 

Pam

De vijand van mijn vijand is mijn vriend, is een wijsheid waarvan niemand weet wie het als eerste heeft gezegd. Zij wordt aan zowel de oude Chinezen, Arabieren als Grieken toegeschreven, zonder dat daarbij een naam wordt genoemd.

Het fenomeen komt niet alleen voor in ons persoonlijk leven, maar ook in de internationale politiek. Het beroemdste voorbeeld is dat van Churchill, die een verbond sloot met Stalin om Hitler te bestrijden. Churchill verafschuwde het communisme, maar hij verafschuwde het nazisme nog meer, zodat hij even vrienden werd met het ene totalitaire regiem om het andere totalitaire regiem te verslaan. Na de oorlog werden de vrienden weer gewoon elkaars vijanden.

Laatst was Trump ineens de grootste vriend van Kim Jong-un, de leider van Noord-Korea. De Amerikaanse president zette zelfs een stap op Noord-Koreaanse bodem. Kim Jong-un is weer een vriend van China, het land waarmee Trump momenteel een handelsoorlog voert. Bovendien werd bekend dat de Verenigde Staten weer wapens gaan verkopen aan Taiwan, het eiland dat de Chinezen beschouwen als een afgescheiden provincie die ze graag terug willen hebben.

Vijanden veranderen in vrienden als blijkt dat je zo’n vriend nodig hebt. Of omdat je vasthoudt aan een ideologisch idee. Rusland helpt niet alleen president Maduro om de Verenigde Staten te dwarsbomen, maar ook omdat Venezuela een socialistische staat is, zoals Rusland dat zelf – in de gedaante van de Sovjet-Unie – is geweest.

Soms zijn de verhoudingen verwarrend. Zo is Amnesty altijd een vijand geweest van dictaturen en een voorvechter van vrijheid. Maar Amnesty kwam met zichzelf in de knoop door de boerka: een vrouw moet de vrijheid hebben om te dragen wat zij wil, terwijl dat kledingstuk juist niets anders beoogt dan de vrijheid van diezelfde vrouw te beperken.

En dan Nederland.

Afgelopen week waren de ministers in hotel Bos & Ven te Oisterwijk bijeen om op informele wijze de komende kabinetsplannen te bespreken. De minister-president op ouwe gympies, dassen werden niet gedragen. Ik kreeg heimwee naar de tijd dat ministers nog driedelige pakken droegen, maar dat is mijn aberratie. De boodschap was duidelijk: wij zijn een vriendenclub.

Zoiets is typisch Nederlands. Het poldermodel is onze manier van besturen. Colbertjes uit, over de stoel hangen, bovenste knoopje overhemd los, en dan maar vergaderen totdat je een ons weegt. In dat systeem zijn vijanden onbruikbaar en blijven de vrienden van je vrienden gewoon je vrienden en vriendinnen – in het ideale geval.

Dat was ook de reden dat de dichter Slauerhoff (1898-1936) niet in Nederland wilde wonen. Men wordt hier ‘nooit heftig’, schreef hij, ‘en danst nooit op het slappe koord’.

Brill

Je ziet het maar al te vaak: dat mensen de vijand van hun vijand bijna automatisch als hun vriend beschouwen – een vriend wiens kwalijke eigenschappen met de mantel der liefde worden bedekt of zelfs goedgepraat.

Een historisch voorbeeld is de verering die de Noord-Vietnamese leider Ho Chi Minh in sommige kringen ten deel viel ten tijde van de Amerikaanse interventie in Zuid-Vietnam. Er was veel, zo niet alles, af te dingen op de Amerikaanse oorlogvoering, maar dat was geen reden om Ho’s bewind mooier voor te stellen dan het was.

Toch werd tijdens demonstraties zijn naam bewonderend gescandeerd en er werd over hem gesproken als eerzaam voorvechter van een al even eerzaam Derde Wereldsocialisme. Dat hij een repressief regime leidde en dat de Vietcong, de Zuid-Vietnamese bevrijdingsbeweging, regelrecht onder het bevel van Hanoi stond, werd niet gezien of gemakshalve verzwegen.

Iets soortgelijks doet zich voor bij de affaire rond de twee vrouwelijke Congresleden die van de regering-Netanyahu geen toestemming hebben gekregen om Israël te bezoeken. Het inreisverbod is tactisch, zo niet principieel, een fout. Israël toont daarmee een enghartige inborst. De twee vrouwelijke Democraten zouden hun bezoek ongetwijfeld hebben aangegrepen voor een flinke dosis anti-Israëlische propaganda, maar het negatieve effect daarvan zou veel kleiner zijn geweest dan de reputatieschade die het land nu heeft opgelopen. Zelfs goede vrienden, zoals de Amerikaanse lobbyorganisatie Aipac, voelden zich geroepen er afstand van te nemen.

Maar laten we niet de fout begaan om de twee, Ilhan Omar uit Minnesota en Rashida Tlaib uit Michigan, van de weeromstuit op een voetstuk te plaatsen, zoals ter linkerzijde gebeurt. Om te beginnen propageren ze, met twee vrouwelijke kompanen in het Congres, een militante raciale en etnische identiteitspolitiek die in alle opzichten het verkeerde antwoord is op de verdeeldheid die Donald Trump steeds aanwakkert.

Het ergste is het gemak waarmee ze in hun Israël­kritiek aanschuren tegen anti-Joodse sentimenten. Met name Omar heeft een aantal dubieuze uitspraken op haar naam staan, die suggereren dat er iets structureel mis is met het patriottisch dna van pro-Israëlische Joden.

Zeer bedenkelijk is ook de staat van dienst van de organisatie Mifta, die de reis van Omar en Tlaib zou arrangeren. Een club die in het verleden onverdunde antisemitische teksten heeft verspreid, inclusief een artikel waarin wordt betoogd dat een groot deel van de problemen in Amerika en de wereld is te wijten aan de Joodse controle op de media.

Bij zulke vrienden verbleken je vijanden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden