PlusMaarten Moll

Verrassend soepel nam de blinde man de hindernisbaan van fietsen

Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

De blinde man droeg een zonnebril en verdween bijna in een heg.

Hij herstelde zich en kwam al tikkend met zijn blindenstok naderbij.

Hij had een dikke jas aan, wat gezien het weer bepaald niet nodig was. Een vrij nieuwe jas. Donkerbruin.

We hadden hem al een paar keer langs zien lopen bij het verzorgingstehuis hiertegenover.

Hij was nog niet zo oud.

Een beginner.

Hij liep geregeld tegen een tuinhek aan, botste op het verdekt opgestelde standbeeld bij het verzorgingstehuis, en als het daar druk was met bezoekers, vormden de vele daar gestalde fietsen voor een ware hindernisbaan.

Vanaf tweehoog zagen we een keer dat hij een fiets omstootte. We zagen ook de hulpeloosheid bij de man. Hij probeerde de fiets zelf overeind te zetten. Het lukte hem, waarna hij de oriëntatie helemaal kwijt was en zo de weg op wilde stappen.

Gelukkig kwam er een personeelslid uit het verzorgingstehuis gesneld om de man te helpen en hem de goede kant op te leiden.

We zagen dat de man nog wat onwennig was met de blindenstok. Als hij iets had aangetikt, liep hij er soms toch nog tegenaan, alsof de stok voor hem nog geen functie had.

We vroegen ons af wat er met de man gebeurd was. Een enge oogziekte, op zijn stuitje gevallen. (Willem Jan Otten schreef daarover de prachtige roman De ­wijde blik.) We hielden er snel mee op.

Hij liep op een dag ook zomaar tegen de stalen paal voor de ingang van het verzorgingstehuis op, wat een luide ‘kloink’ opleverde. Ik schaamde me omdat me toch een lach ontsnapte.

Gisteren stond ik mijn fiets vast te maken toen ik hem aan zag komen. In zijn dikke jas.

Hij stevende recht op het standbeeld af.

“Pas op!” wilde ik zeggen, maar iets in mij deed me geloven dat je blinden niet op die manier moet helpen.

“Pas op!” zei ik toch, waardoor de man duidelijk schrok en tegen het beeld op liep.

De blindenstok viel op de grond.

“Neem me niet kwalijk,” zei ik.

De man reageerde niet.

De stok was schuin achter hem terechtgekomen.

“Kan ik…”

Maar de man ging al op zijn knieën zitten en tastte met zijn handen over de grond.

Ik bleef als versteend staan.

Gelukkig vond hij snel zijn stok. Hij kwam overeind.

“Sorry,” mompelde ik, terwijl de man zijn weg ­vervolgde.

Ik wilde hem ook nog een fijne dag toewensen, maar ik wist niet of hij dat zou waarderen.

Verrassend soepel nam de blinde man de hindernisbaan van fietsen.

Pas toen het getik was weggestorven, durfde ik te bewegen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden