Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki

Verplicht de militaire dienst

Plus Theodor Holman

Een geleerde dame zei dat ‘sommige jongeren’ zich in onze samenleving verloren voelden. Ze hadden geen toekomst, er was van alles mis, ze voelden zich rot. De analyse was treurig en de oplossingen die ze aandroeg bevatten het woord ‘betrokkenheid’.

Eerlijk is eerlijk: ik luisterde maar half, het was het refrein van een slecht liedje.

De vrouw had het timbre van mijn vader. En opeens hoorde ik voor de deur van mijn slaapkamer een gesprek tussen mijn vader en moeder.

Moeder: “Hij had een fuif… Daarom ligt hij nog in zijn bed.”

Vader: “Hij moet z’n nest uit! Hij moet in militaire dienst!”

Ik was pacifist, ik vond militaire dienst fascistisch, want daar werd je opgeleid om ­mensen te doden. Uiteindelijk mocht ik de wapenrok niet dragen vanwege mijn ver­dorven geest.

Nu – vijftig jaar later – zie ik het nut van verplichte militaire dienst. Vooral voor ‘sommige jongeren’. Het voldoet aan hun wensen: omgaan met wapens, kameraadschap, het leren doden. Tegelijkertijd leren ze een land te verdedigen en dus lief te hebben. Hun land! Ons land!

Wie ‘nationalisme’ zegt, krijgt snel het verwijt dat hij een zwarte geur afscheidt, maar wanneer het zo is dat die jongens zich thuisloos voelen, lijkt de verplichte militaire dienst me een uitstekend huis voor ze. Voor wie is discipline slecht?

Bevalt de verplichte dienst niet, dan heb je toch een reeks eigenschappen waar je iets aan hebt. Orde, netheid, het accepteren van gezag!

Ik verander dus mijn opinie over de verplichte militaire dienst.

Het leger wil je!

Tegelijkertijd weet ik dat dit niet doorgaat.

Begrippen als vaderlands­liefde, plicht, militaire dienst worden gekoesterd door rechtse partijen en is dus een kersttak waaraan je makkelijk de ballen fascisme, nazisme en racisme kunt hangen. Dat zou ik vroeger ook hebben gedaan.

Verder beschouwt men ‘defensie’ als een bezuinigingspost, want Den Haag houdt vermoedelijk niet van ons ‘geweldige’ land, zoals onze minister-president steeds weer nadrukkelijk debiteert. (Onlangs vertelde een marineman mij dat op niet één oorlogsbodem de boord­kanonnen het doen.)

Er komt een investeringsfonds van vijftig miljard, en ik weet wat we met die poen kunnen doen. Maar het wordt natuurlijk iets met ‘energietransitie’ of iets anders waarmee je goede sier bij de publieke omroep kunt maken.

Sommige jongeren blijven dus thuisloos door de straten slenteren, als ‘soldaatjes’, op zoek naar een advocaat, rechter of officier van justitie.

Theodor Holman(1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden