Opinie

‘Verpleeghuizen moeten problemen durven aankaarten’

Judith Schoonenboom weerspreekt in dit opiniestuk dat ze te hoge verwachtingen had van de zorg voor haar man. ‘Ik heb nooit verlangd dat ze zo’n onmogelijke taak zouden uitvoeren.’

Ondervoeding in verpleeghuizen kan vermijdbaar zijn door passende maatregelen te nemen. Beeld ANP

Huisarts Mirella Buurman stelde in een opiniestuk in Het Parool van 31 juli: ‘Door niet helder te zijn over de grenzen aan de zorg ont­nemen we ­familieleden de kans om een deel van de zorg op zich te nemen of hier op zijn minst over na te denken.’

Verpleeghuispersoneel en familieleden worden in bovengenoemd stuk gepresenteerd als twee kampen die tegenover elkaar staan en die beide heropvoeding behoeven, de familieleden het meest. Verpleeghuispersoneel dient helder te zijn over zijn grenzen en familieleden dienen na te denken over hun aandeel in de zorg.

Ook worden beide partijen gepresenteerd als onmondige burgers: verpleeghuispersoneel omdat zij tot nog toe die helderheid niet zouden verschaffen en familieleden omdat zij zonder die helderheid niet in staat zouden zijn om een deel van de zorg op zich te nemen.

Bovendien worden familieleden in het opiniestuk gepresenteerd als mensen die van nature niet geneigd zijn na te denken over hun aandeel in de zorg en die onrealistische eisen stellen.

Deze weergave doet naar mijn mening beide partijen ernstig tekort en is bovendien in strijd met een van de aangehaalde voorbeelden waarover in Het Parool van 20 juli werd bericht. Daar werd beschreven hoe een vrouw (ik) een zwaar zieke en (naar bleek) vrijwel uitgehongerde echtgenoot in een verpleeghuis in een paar ­weken tijd kilo’s laat aankomen door hem een liter slagroomijs per dag te voeren.

Dat deed ik, zoals zovele mantelzorgers, zonder enige grensafbakening door het verzorgend personeel en bovendien, zoals zovele mantelzorgers, in harmonieuze samenwerking met het personeel. Ik heb geen moment van het ­personeel verlangd dat dat zo’n onmogelijke taak zou uitvoeren, en ik ben de medewerkers zeer dankbaar dat zij mij hebben toegestaan om ­samen met hen op deze ongewone wijze aan mijn mans – tijdelijke – herstel te werken. Nooit heb ik het personeel verweten dat het te weinig tijd aan mijn man besteedde.

Het door mij ervaren probleem ligt elders en is veel ernstiger. Het heeft te maken met hoe verantwoordelijken in verpleeghuizen (hoofden, managers, artsen) situaties van ernstig, maar mogelijk vermijdbaar, gevaar herkennen en inschatten, en hoe zij in dergelijke situaties met de naasten overleggen, of – wat helaas ook vaak voorkomt – niet overleggen.

Niet verschuilen

Verantwoordelijken in verpleeghuizen dienen zich ervan bewust te zijn dat ook ernstige gevaren die vele bewoners van verpleeghuizen bedreigen, zoals ondervoeding of doorliggen, in individuele gevallen vermijdbaar kunnen zijn door passende maatregelen te nemen.

Dat is in dit geval niet gebeurd en dat begrijp ik, want daar is moed voor nodig. De moed om te erkennen dat hier sprake is van een ernstig probleem (ondervoeding), de moed om te erkennen dat men niet weet of dit een onvermijdelijk gevolg is van een ziekte, de moed om te erkennen dat men niet de benodigde capaciteit heeft om dit probleem op te lossen, de moed om zich niet achter de mening van een ander te verschuilen (“Er was gezegd: meneer eet goed”), de moed om hier met de naasten over te overleggen, en de moed om de naasten niet met een overhaaste conclusie af te schepen (“Het hoort bij de ziekte”). Deze moed ontbrak in dit geval, met desastreuze gevolgen.

Inderdaad, verpleeghuizen hebben naasten nodig. Maar vooral nodig, voor naasten en voor bewoners, is dat verantwoordelijken in verpleeghuizen dat erkennen en daarnaar handelen.

Judith Schoonenboom. Mantelzorger van haar echtgenoot Rob Leeuwenberg, tot diens dood op 25 maart 2019. Zij is verbonden aan de Universiteit van Wenen. Beeld Barbara Mair
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden