Lezersbrief

‘Verplaats prostitutie naar een boot op het IJ’

Joep de Groot is jarenlang politieagent geweest op de Wallen. Hij heeft wel een oplossing voor de overlast op de wallen: verplaats de prostitutie naar een boot op het IJ. ‘Op het bootdek een coffeeshop, een kroeg en zonnepanelen. Iedereen blij.’

Uitgaanspubliek op de Wallen op een zaterdagavond in de hoofdstad. Beeld Remko de Waal/ANP

In 1969 kwam ik als jonge agent te werken in het politiebureau op Warmoesstraat 47. Horeca en prostitutie waren zeer nadrukkelijk aanwezig, in een zeer dorpse sfeer. Iedereen kende elkaar. Vooral de prostitutie was helemaal verankerd in de buurt. Er waren meer dan 150 kleine bordelen, de eigenaren woonden erboven.

Het toezicht van de zedenpolitie was streng; het bovenste knoopje moest dicht. De dames verdienden veel en gaven het vaak snel weer uit.

In 1971 werd ik wijkagent in het Wallengebied en dat zou ik dertig jaar blijven. De Wallen veranderden. De zeeman verdween door de verhuizing van de haven naar Amsterdam-West. Maar zijn plaats werd spoedig ingenomen door de verslaafde.

Los van de buurt

De controle van de zedenpolitie viel weg en de ramen werden bezet door vrouwen uit Brazilië, de Dominicaanse Republiek, Colombia, Thailand, Chili, Suriname en Oost-Europa. Dit was de reden voor de chef van bureau Warmoesstraat een zogenaamd Prosti-team op te zetten om te inventariseren hoe de vork in de steel zat.

Na achttien maanden was de uitkomst – in 1995 – dat 80 procent van de dames illegaal was en er veel zaken van vrouwenhandel ontdekt werden. Dit was een extra prikkel voor de gemeente om niet te wachten op een landelijke regeling, maar zelf een gedoogbeschikking in te stellen.

Vanaf 1996 moest de bordeelhouder een vergunning hebben. Dat betekende dat alleen verhuurd mocht worden aan iemand die legaal in Nederland werkte. Tevens werd de minimummaat van een werkplek vastgesteld. Dat leidde tot opdeling van grote kamers in kleine kamertjes. Geschatte uitbreiding van het aantal peeskamers: 30 procent.

Nu bestaat de prostitutiesector grofweg uit vier grote bedrijven en een paar kleintjes, die helemaal losstaan van de buurt. De drukte op de Wallen staat in de belangstelling, met een rol voor het sekswerk.

Vier klanten voor de huur

Meten is weten. Dus ben ik vorige week rond 12.00 uur gaan tellen. Er waren 25 dames beschikbaar voor de circa 300 kamers. De zondagavond daarop telde ik 71 dames.

Het raam heeft zijn tijd gehad. Internet heeft gezorgd voor grote veranderingen. Een sekswerker heeft ongeveer vier klanten nodig om de hoge huur te betalen. Zonder klanten wijzigt de strategie.

Nederlandse dames kun je op één hand tellen. Bij de Oude Kerk komen ze uit de Dominicaanse Republiek, veel anderen komen uit het Oostblok.

Op korte termijn zou je de overlast op de Wallen kunnen beperken door de sluitingstijd te vervroegen naar 01.00 uur. Maar een betere oplossing is misschien een grote boot op het IJ, met luxe tweepersoonskamers. Geef de bordeelhouder de mogelijkheid zijn bedrijf te verplaatsen. Op het bootdek een coffeeshop, een kroeg en zonnepanelen. Iedereen blij.

Joep de Groot, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden