Cocaïne snuiven op vrijdagmiddag is heel gebruikelijk in bepaalde circuits.

Opinie

‘Veroordeel de ‘yogasnuiver’ niet’

Cocaïne snuiven op vrijdagmiddag is heel gebruikelijk in bepaalde circuits. Beeld Getty Images/iStockphoto

Morele verontwaardiging over drugsgebruik reduceert een complex probleem tot een goed-foutschema, betogen Tim Jansma, Mac Busz en Guido van Diepen, initiatiefnemers van het Poppi Drugs Museum Amsterdam, in dit opiniestuk. 

Vandaag is het de Internationale Dag tegen Drugsmisbruik en ­Illegale Handel, in de volksmond antidrugsdag. Op de Dam vindt een demonstratie plaats – niet tegen drugs, maar tegen ­politici en politiebazen die drugscriminaliteit willen oplossen door met de vinger te wijzen naar mensen die drugs gebruiken.

In het publieke debat is namelijk een nieuwe trend merkbaar: de morele veroordeling van gebruikers. Sofyan Mbarki, voorzitter van de Amsterdamse PvdA-fractie, wijst in Het Parool van 19 juni de vinger naar de Zuidas. Want daar zou op vrijdagmiddag geen cocaïne meer ­gesnoven moeten worden. Politiebaas Erik Akerboom riep in 2018 al dat mensen die ­doordeweeks bewust bezig zijn in het weekend geen drugs zouden moeten gebruiken. Hij houdt deze ‘cocaïneyogi’s’ verantwoordelijk voor drugsmoorden. 

De Telegraaf lanceert gretig de term ‘yogasnuiver’ en zelfs minister Grapperhaus stelt dat we niet moeten toestaan dat mensen op feestjes ‘jumpen op ­pilletjes’ terwijl de criminaliteit hoogtij viert.

Schijnoplossing

In onze ogen is dit morele appèl op drugs­gebruikers om te stoppen met gebruik een ­poging een complex probleem aan te pakken met een simpele schijnoplossing.

Dit soort oproepen zorgt dat de mensen die drugs gebruiken tegenover niet-gebruikers ­komen te staan. Gebruikers zijn immorele ego­isten op zoek naar bevrediging. De vele redenen en oorzaken van drugsgebruik worden gereduceerd tot hedonisme. Dit leidt tot stigma, schaamte en zeker niet tot productieve oplossingen. Terwijl drugs in alle lagen van de ­samenleving worden gebruikt.

Miljardensector

Nederland is een groeiend centrum voor de wereld­wijde import, productie en export van vele soorten drugs. Meer en meer blijkt hoe ­weinig grip we hebben op deze miljardensector. De douane onderschept slechts een fractie van de cocaïnesmokkel. Zwart drugsgeld ondermijnt de lokale democratie en dringt door in de bovenwereld. De grove liquidaties in Amsterdam hebben meestal een link met drugs­criminaliteit. En drugsafval wordt in woon­wijken en bossen gedumpt, met grote kosten en onveilige situaties als gevolg. Voor deze complexe problemen zoeken beleidsmakers naar oplossingen.

Drugsgebruikers zijn een onderdeel van dit ­illegale circuit. En iedereen mag, moet zelfs worden aangesproken op zijn verantwoordelijkheid. Dat maakt een samenleving sterker en hechter. De manier waarop dat gebeurt, maakt echter heel veel uit. De morele verontwaardiging van beleidsmakers reduceert de complexe realiteit van gebruik, criminaliteit en regulering tot een goed-foutschema. Een belangrijk deel van het verhaal blijft buiten beschouwing.

Laten we het daarom hebben over de illegale drugshandel die door verouderde internationale verdragen in stand wordt gehouden. Wanneer durven we eindelijk te praten over het verduurzamen van het productieproces van cocaïne? Of dichter bij huis, over het reguleren van mdma-productie? Moeten we niet, zoals meerdere Amerikaanse staten al doen, belasting heffen op wietteelt? Geld waarmee we ­goede voorlichting en zorg kunnen realiseren? Wanneer rekenen we af met ons dubbele cannabisbeleid, waardoor coffeeshophouders ongewild met één been het in criminele circuit worden gedwongen?

Onconventionele oplossingen

In Nederland hebben we al eerder met een open blik drugsproblemen getackeld. In de jaren negen­tig kwam een grote groep jonge mensen door onwetendheid in de problemen door heroïne. We hadden het lef de complexiteit van het drugsprobleem te onderkennen. We zochten en vonden oplossingen die voorbij veroordelen en criminalisering gingen. Gebruiksruimten en methadonposten werden geopend, gebruikte spuiten konden geruild worden, ­zware gevallen konden terecht bij de heroïneverstrekking en er ontstond goede zorg.

De kern van die succesvolle aanpak was te begrijpen en niet te oordelen, het gesprek aan te gaan, samen te werken, onconventionele oplossingen te zoeken en lef te tonen. Toentertijd slaagde Nederland erin voorbij zwart-witdenken en makkelijke aannames te komen. Dat kunnen we nu weer. Niet met een geheven vinger, maar met een uitgestoken hand.

Tim Jansma, Mac Busz en Guido van Diepen (initiatiefnemers van het Poppi Drugs Museum Amsterdam, momenteel nog in oprichting, een initiatief van Stichting Mainline) 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden