Opinie

‘Vernoem de Coentunnel naar verzetsheld Anton de Kom’

Standbeelden van slavenhandelaren zouden plaats moeten maken voor beelden van destijds verguisde activisten als Anton de Kom, stellen Erika Marseille en Arend Hulshof.

Het beeld van de Surinaamse verzetsheld Anton de Kom op het naar hem vernoemde plein in Zuidoost.Beeld Jakob Van Vliet

Als je niet beter weet, zou je denken dat hij een atleet is. Of een krijger misschien. Poetin liet zich ook eens met ontbloot bovenlijf fotograferen. Maar de naakte man die het standbeeld op het Anton de Komplein verbeeldt, was een accountant. Een zwarte accountant. Eigenlijk zou er woensdag bij dat beeld tegen racisme worden gedemonstreerd, maar vanwege de ­grote verwachte opkomst werd er naar een andere plek uitgeweken. En dus stond de ongeklede Anton de Kom alleen op zijn plein.

Maar weinig witte Nederlanders weten wie De Kom was. En dat terwijl zijn verhaal razend actueel is. Menigtes werpen de standbeelden van slavenhouders en kolonisten omver. Stevo Akkerman zei deze week in Trouw dat ook J.P. Coen van de sokkel gehaald mag worden. Een goed idee, ook omdat er dan ruimte komt voor de verhalen van de mensen, zoals De Kom, die hun tijd ver vooruit waren.

Paramaribo

Anton de Kom werd in 1898 geboren in Paramaribo. 35 jaar eerder was Nederland een van de laatste landen die de slavernij afschaften. Dat ging niet zomaar. Als compensatie kregen plantagehouders 300 gulden per slaaf voor de onteigening. En de tot slaaf gemaakten moesten erna nog tien jaar dwangarbeid verrichten.

Na die tien jaar werd het niet veel beter. Plantagehouders lieten loonwerkers uit andere overzeese gebieden voor zich werken. Bij aankomst in Suriname moesten zij lijvige contracten tekenen die ze niet konden lezen. Vaak ­pasten werkgevers contracten eenzijdig aan en brachten ze onaangekondigd van alles in rekening zoals logies en eten. ‘Elastieken dwangvoorschriften,’ noemde De Kom die.

Klagen over arbeidsomstandigheden betekende vaak ontslag. Er was geen geld voor de thuisreis: de loonwerkers zaten gevangen.

Dat was de samenleving waarin Anton de Kom, wiens vader in slavernij was geboren, opgroeide. In 1920 verhuisde de toen 22-jarige De Kom naar Nederland waar hij assistent-accountant werd. Hij verkeerde in kringen waar ook anderen vonden dat de koloniën onafhankelijk moesten worden. De Kom keerde na twaalf jaar met zijn Haagse vrouw en jonge gezin terug naar Paramaribo.

Schoolboeken

Door de wereldwijde economische crisis was de situatie in Suriname alleen maar erger geworden. Er was armoede, werkloosheid en de uitbuiting van de arbeiders ging onverminderd door. De Kom legde bloot hoe de Nederlandse overheid steeds weer de andere kant op keek als staatsbedrijven wurgcontracten met arbeiders afsloten. In Paramaribo documenteerde De Kom de klachten van slachtoffers van deze praktijken en steunde hun strijd voor behoorlijke behandeling.

Een maand na aankomst in Suriname werd De Kom opgepakt en zonder proces verbannen naar Nederland. Daar had hij het moeilijk. Het lukte hem in crisistijd niet om werk te vinden en hij besloot zijn boek Wij slaven van Suriname af te maken. Daarin besprak hij de Surinaamse geschiedenis vanuit het perspectief van de tot slaaf gemaakten en hij legde het verband tussen de slavernij en de structurele armoede die daarop volgde.

In de oorlog raakte De Kom betrokken bij de verzetsbeweging. NSB’ers waren voorstanders van het koloniale imperialisme, zodat de strijd tegen de Nederlandse bezetting in Suriname en de Duitse in Nederland voor De Kom in elkaars verlengde lagen. In 1944 werd hij gearresteerd en vlak voor de bevrijding stierf hij in concentratiekamp Neuengamme.

En nu staat er dus in Amsterdam-Zuidoost een standbeeld van hem. Naakt. En dat doet allerminst recht aan wie hij was: een eloquente man die altijd tiptop gekleed ging. Nu het beschamende slavernijverleden van Nederland langzamerhand bekender wordt en steeds meer burgers zich bewust worden van het institutionele racisme dat er nog altijd is, wordt het tijd dat De Koms verhaal bekendheid krijgt.

In het onderwijs zou deze zwarte bladzijde van de Nederlandse geschiedenis veel nadrukkelijker aan bod moeten komen, bijvoorbeeld in de schoolboeken en in de Nederlandse canon. Jongeren zouden het verhaal van De Kom moeten leren kennen. En zijn beeld zou op veel meer plekken dan alleen in Zuidoost moeten verrijzen. Op een manier die recht doet aan wie hij was: een accountant die opkwam voor de Surinaamse burgers en die Nederland terechtwees. En als we dan toch bezig zijn, zou ook de Coentunnel vernoemd moeten worden naar deze verzetsheld in vele opzichten.

Erika Marseille. Onafhankelijk financieel onderzoeker en consultant, trad in 2019 terug als lid van de rvc van vuilverbrander AEB.Beeld Kees van der Meer
Arend Hulshof is journalist en schrijver van onder andere Rijpstra’s ondergang, een boek over goed en fout in de Tweede Wereldoorlog.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden