Massih HutakBeeld Artur Krynicki

Verloren paradijs in Amsterdam-Noord

PlusMassih Hutak

Elke keer als ik Kindjongen naar de crèche breng en ophaal, ben ik even in PvG. Even terug naar de wijk waar we ons niet beter of minder voelden dan een ander omdat we allemaal evenveel hadden. En evenveel niet. De wijk waar ik vanaf ons balkon m’n broertje kon zien spelen op het pleintje van zijn opvang, dezelfde waar Kindjongen nu heengaat.

Een bekende fietst voorbij. We groeten elkaar kort maar hartelijk. Hij fietst verder.

“Weet je wie dat was?” vraag ik aan de grote vragende ogen van de kleine, terwijl ik hem installeer in zijn babyzit. “Die meneer heeft een heel mooi boekje gemaakt over Frans van Gool.”

Naast dat Frans van Gool de man is naar wie de wijk is vernoemd waar ik ben opgegroeid, het Plan van Gool, of zoals wij zeggen PvG, was hij vooral een voorloper en voortzetter van de Nederlandse socialistische woningbouw.

In de jaren zestig van de vorige eeuw ontwierp hij zo’n 1200 woningen voor grote gezinnen met lage inkomens. Hij was iemand die begreep hoe belangrijk het is voor een samenleving dat juist mensen uit de arbeidersklasse wonen in betaalbare, grote, veilige woningen waar ook een sterk esthetisch idee achter zit. Frans van Gool was een visionair.

Hij ontwierp onder meer het Lijnbaanwinkelcentrum in ­Rotterdam, de Peper- en Zout­gebouwen tegenover het Rijksmuseum, galerijwoningen in Osdorp en de zogeheten zaagtandwoningen in Slotervaart. Maar PvG was zijn kind.

Het refrein van de buurt is beton, glas en hout. Denk aan Tadao Ando, maar dan in Amsterdam-Noord. De coupletten heten Het Hoogt en Het Laagt, Bovenover en Benedenlangs en zijn met elkaar verbonden via luchttunnels. Als je hier niet vandaan komt, kun je het ervaren als een duizeling­wekkende doolhof. Alhoewel je er tegenwoordig op elke hoek borden hebt met galerijnamen en huisnummers. Een samen­leving die verdwalen tot een zonde maakt, is de weg kwijt.

De galerijen en trappen werden door meneer Van Gool bewust open gehouden. Iedereen kon zonder barrières overal komen. Omringd door de plein­tjes en al het groen, dwong dat dagelijks ontmoetingen en prettige botsingen af tussen zowel bewoners als bezoekers. Voor mij betekende het dat ik de huisnummers van mijn vrienden nooit hoefde te onthouden. Nabil woonde bij de derde deur links van de lift. En Priscilla woonde op mijn galerij bij de laatste deur voor de bocht naar de trappenhal.

Tegenwoordig kom ik niet eens bij de benedenlift voordat ik door de dichtbebouwde entreehal en dichtbebouwde trappenhal ben. Ook hangen er ineens overal bewakingscamera’s. Terwijl, als ik de advertentieteksten voor de koophuizen in de wijk moet geloven, het er veiliger is dan ooit. Het pijnlijkste is dat ik na twintig jaar mijn vrienden moet vragen naar hun huisnummer, zodat ik bij ze kan aanbellen. Anders kom ik niet binnen.

Eigenlijk hoef ik die vraag niet te stellen. Ze wonen er toch niet meer.

Rapper en schrijver Massih Hutak (28) schrijft columns voor Het Parool.

Reageren? m.hutak@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden